Posts tonen met het label geloof enzo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geloof enzo. Alle posts tonen

zondag 12 augustus 2012

present






Het is zondag. Veel christenen gaan vandaag ter kerke (soms tweemaal). In het Nederlands Dagblad (ND) van 11 augustus 2012 deelt ds. A Scholten, predikant Protestantse kerk Leerdam, zijn bezorgdheid dat er voor de heiligheid van de liturgie te weinig aandacht is. Hij doet dat in onvervalst kanselproza dat ik begrijp, maar de gemiddelde heiden waarschijnlijk raadselachtig vóórkomt:
Als zij [dominees] voorgaan in een kerkdienst, mogen zij Christus niet alleen present weten, maar ook present stellen. Elke opstandingsdag weer, wil zijn aanwezigheid [nl. die van Christus] levende werkelijkheid worden in ons bestaan. En de voorganger mag daarin bemiddelen; […] hij mag het evangelie niet alleen uitleggen en aanwijzen, maar het ook oproepen en aanreiken.
Bijna elke zinsnede in dit citaat heeft een verklarende voetnoot nodig, wil de buitenkerkelijke snappen wat ds. Scholten eigenlijk te zeggen heeft. En dat is veel behartigenwaardigs, maar ik ben dan ook graag gereformeerd.

vrijdag 8 juni 2012

bijbelachtig


De graphic novel (‘beeldroman’) «habibi» (‘mijn geliefde’) van Craig Thompson telt ±700 pagina’s maar door de combinatie tekst/plaatjes lijken het er wel 1400. Dit is wat de uitgever ervan vindt:
Sprawling across an epic landscape of deserts, harems, and modern industrial clutter, habibi tells the tale of Dodola and Zam, refugee child slaves bound to each other by chance, by circumstance, and by the love that grows between them.
At once contemporary and timeless, habibi gives us a love story of astounding resonance: a parable about our relationship to the natural world, the cultural divide between the first and third worlds, the common heritage of Christianity and Islam, and, most potently, the magic of storytelling.
Verkooppraatjes, zeker, en in dit geval een nauwkeurige beschrijving van het boek.
«habibi» is spannend, ontroerend, schokkend, magisch, laagbijdegronds, leerzaam, somber, hoopvol; in één woord prachtig.
Zorg wel dat je de originele, gebonden (Engelse) uitgave leest, want de Bezig Bij heeft er een paperback van gemaakt en dat doet afbreuk aan dit boek van bijbelachtige proportie. 

maandag 20 februari 2012

variatie

Met de nieuwe Picasa werktuigen heb ik variaties op twee originele photographieën gemaakt, onderwijl luisterend naar Radio Paradise ("eclectic commercial free Internet radio").

Van beide krijg ik een Pasen-gevoel en het moet nog Aswoensdag worden...




vrijdag 10 februari 2012

zaadje


Een nieuwe christelijke kerk bouwen? In China?

Tegen mijn vooroordelen, verwachting in en tot mijn verbazing mocht vorig jaar in Huizhou (75 km ten noorden van Hong Kong) een kerkgebouw verrijzen bovenop een berg. Een terechte plek voor een kerk. Plus met een trapdak voor een weids uitzicht, en waar de kinderen kunnen spelen.

Een impressie van het interieur. 

Klik voor meer plaatjes en de overwegingen van het architectbureau O Studio Architects.

Zondags ga ik meestal naar deze kerk, ook mooi, maar in die Chinese Church of Seed wil ik heel graag bidden, zingen, luisteren, en vooral stil zijn. 

woensdag 7 december 2011

jóu


Ik heb op deze plek mijn afkeer van de tegenwoordige Kerstmispraktijken meer dan eens laten blijken, maar ze willen niet luisteren. (Waarschijnlijker is dat niemand, buiten mijzelf, leest wat ik hier publiekelijk schrijf. Hetgeen vragen van existentiële aard oproept, welke ik een andere keer zal behandelen.)

De AH maakt het dit jaar echt bont. De Allerhande № 12-2011 heeft het onder de in glitter-rood gedrukte titel ‘kerstféést’ (zonder hoofdletter) over “kerst: helemaal van jóu en helemaal van nú” (weer hoofdletterloos én geen punt). Daarbij een tekstvakje waarin semi-gecalligrafeerd “Maak er een feest van!”). 

De secularisering en daarmee vulgarisering van het christelijke Hoogfeest van de Incarnatie is hiermee officieel bevestigd. Ik ben er niet blij mee. Waar is de glühwein? 

Ook nog: hoeveel accents aigu kan een mens verdragen? 

dinsdag 25 oktober 2011

2012



Van de dominee moest ik Alain de Botton’s Religion for Atheists, a non-believer's guide to the uses of religion* lezen en dat boek heb ik dus maar aangeschaft. 

De Botton is zelf niet-gelovig/ongelovig/atheïst/niks en wil in dit boek “… aspects of religious life” onderzoeken, “which contain concepts that could fruitfully be applied to the problems of secular society.” Ik zit nog maar op pagina 26 en ik heb dus nog niet zoveel te recenseren.

Maar ik kan nu al zeggen dat het een wonderbaarlijk boek is. 

We schrijven het jaar onzes Heren 2011. Religion for Atheists is al een halfjaar uit, maar in het voorwerk staat “First published 2012”. Het is een boek uit de toekomst! Een mirakel! Alain de Botton heeft in het nog komende jaar 2012 een boek geschreven dat we nu al te lezen krijgen. Is hij een tijdreiziger? Heeft iets of iemand van gene zijde hem gedicteerd? Is hij verward in de strings en branes van de de M-theorie, waardoor tijd en ruimte voor hem anders zijn? Of is het een effect van die suprasnelle deeltjesversneller?

*uitgegeven bij Hamish Hamilton, ISBN 978-0-241-14536-7, ₤14.99. In vertaling: Religie voor atheïsten, een heidense gebruikersgids. Atlas, Amsterdam. ISBN 978-90-450-19345; € 22,95.

Andreas update


Als achtergrondinformatie bij de vrije bijdrage van vandaag verwijs ik graag naar wat ik schreef op 30 november vorig jaar alweer.

Vandaag lees ik in de krant dat momenteel Andreas’ hoofd in Boekarest (Roemenië)* wordt rond geprocessioneerd in het kader van de herdenking van Dimitri Bassabarov, beschermheilige van Roemenië. Want volgens de Roemeens-Orthodoxe Kerk is de bekering van het Roemeense volk al begonnen toen Andreas door de provincie Dobrogea langs de kust van de Zwarte Zee trok.



*dat zeg ik er maar even bij, want ik onthoud slecht welke hoofdstad bij welk land hoort, vooral bij landen buiten West-Europa, en dat zijn dus bijna alle landen. Gelukkig heb ik een The Times Atlas of the World (“To Her Majesty Queen Elizabeth II with her most gracious permission respectfully dedicated”). Zo leer ik dat bij Niger Niamey hoort, bij Liechtenstein Vaduz, bij Kazachstan Astana. En dat wist u ook niet uit ’t hoofd.

donderdag 29 april 2010

heropgewekt

In mijn zoektocht naar een/het Paasgevoel ben ik niet in Ikea terechtgekomen, maar bij de poëzie.

Eerst Gerrit Achterberg:

Opstanding

Sneeuw is in de nacht gekomen, heeft vanmorgen
de kracht om doden op te wekken.
De balken donker, die u borgen,
veranderen in nevelvlekken.

En vrome huiveringen lopen
over uw leden, die zich strekken.
Uw ogen gaan voorzichtig open.
De ramen worden blauwe zerken.

Dan J.W. Schulte Nordholt:

Opstanding

Zeggen ze dat Hij is opgestaan
waarom is de wereld dan dezelfde,
lijdt Hij zelf dan nog in al de zijnen,
sterft Hij dagelijks nog duizend doden,
altijd door zoals het immers is?

Weegt het lijden deze korte tijd
ook niet op tegen de heerlijkheid
die eens komen zal, is duizend jaar
als de dag van gisteren, als een droom,

altijd duurt die boze droom nog voort,
roept het bloed van Abel van de aarde,
wordt de stem in Rama weer gehoord,
altijd weer hetzelfde, Rachel weent
om haar kinderen die niet meer zijn.

En daar blijft mijn ongeloof bij staan,
dat ik net als Thomas twijfel,
enkel in zijn wonden Hem herken.

Maar zij hebben klaarblijkelijk ook moeite met Pasen.

zondag 4 april 2010

‘opgewekt’






Veertig dagen toegeleefd naar deze dag. De opwekking van onze Heere Jezus Christus.

En ik moet zeggen, het was dit jaar een beetje een anticlimax. Ik heb het allemaal meebeleefd: het doven van de Paaskaars op Goede Vrijdag en de ongemakkelijke stilte daarna. Het binnendragen van de brandende, nieuwe Paaskaars in een pikdonkere kerk tijdens de nachtwake, waaraan ieder haar en zijn devotiekaarsje ontstak waardoor langzaam het licht opging.

En vanmorgen een 'feestelijke' Paasdienst. Althans dat was de bedoeling, maar ik heb weinig feest ervaren.

Dat lag aan mij en niet aan de vormgevers van de dienst, waaronder een fraai spelend Koperensemble. En al helemaal niet aan de voorganger ds. S. v.d. Zee. Uit het hoofd [!] en op een by-the-way-achtige wijze hield hij een inspirerend verhaal n.a.v. het Paasevangelie volgens Johannes. Een wijs en nieuw verhaal van een oude en wijze voorganger. Een verhaal dat uitliep op de aloude hymne 'Wees gegroet, gij eersteling der dagen'.

Nu ben ik het Osternoratorium van Bach aan het beluisteren—misschien dat het Paasgevoel dan komt… (Ik kan natuurlijk ook naar Ikea gaan).

zaterdag 23 januari 2010

wijsneus

Wijsheid 13 : 1 – 9

1 Volslagen onwijs zijn alle mensen
die onwetend zijn over God
en die niet in staat zijn
uit de zichtbare zaken
Hem te kennen die is
en evenmin door het beschouwen van de werken
de kunstenaar hebben leren kennen,
2 maar die of het vuur of de wind of de snel bewegende lucht
of de sterrenhemel of het onstuimige water of de lichten aan de hemel zijn gaan zien als de beheerders van de wereld, als goden.
3 Als zij, door hun saoonheid bekoord,
die dingen voor goden gingen aanzien,
dan hadden zij moeten begrijpen
hoe veel voortrefelijker de Heer van dat alles is,
want Hij die het geschapen heeft
is de oorsprong van de saoonheid.
4 Als zij het echter deden
omdat zij verbijsterd waren over die macht en werking,
dan hadden zij uit de verschijnselen moeten begrijpen
hoe veel machtiger de maker ervan is.
5 Want uit de grootheid en saoonheid van de schepselen
ziet men door vergelijking hun schepper.
6 Niettemin treft deze mensen maar weinig schuld,
want zij komen misschien op een dwaalspoor,
terwijl zij God toch zoeken en willen vinden.
7 Want terwijl zij zich met Zijn werken bezighouden en zoeken,
vertrouwen zij op hun ogen:
wat zij zien is immers mooi.
8 Anderzijds zijn ook zij niet te verontschuldigen;
want als zij in staat waren zoveel te weten
dat zij zich van de wereld een gedachte konden vormen,
waarom hebben zij dan niet eerder de Heer van alles gevonden ?

maandag 20 april 2009

lijdzaam

Mijn verlate — maar wat is laat als het gaat om opstanding, verrijzenis, nieuw leven — gedachten rond Pasen.

Is het Christelijk geloof iets voor gemankeerde sadomasochisten? Werp je een blik in een willekeurige RK kerk, dan ben je geneigd dat te beamen. Prominent in elke ‘roomse’ kerk hangt een crucifix. Een voorstelling van Jezus, gespijkerd op een kruis. En om de nek van velen—kerks of niet—hangt een miniatuurkruis, in zilver of goud. Als de favouriete Romeinse terechtstelling dood door ophanging was geweest zou dat een edelmetalen stropje zijn.

Afgezien van de vraag of je überhaupt wel afbeeldingen (of films, of musicals) mag of kunt maken van zoiets verschrikkelijks, kent de kerkgeschiedenis duizenden ’martelaren’. Mannen, vrouwen, kinderen die alles, hun leven, over hadden voor hun geloof. Ze werden/worden gemarteld, monddood gemaakt, opgesloten, uitgewezen, belachelijk gemaakt. Ze worden geëerd als ’heiligen’ en krijgen als zodanig hun eigen standbeeld. En hun sterfdag is de datum waarop ze herdacht worden. Je zou de indruk kunnen krijgen dat het daar om gaat in het Christendom: „Pijn is fijn, bloed is goed, lijden moet.”

We hoeven maar om ons heen te kijken: lijden is overal. Lijden in het groot, in het klein. Ouders die hun kinderen overleven, terminale ziekten, eenzaamheid, hufterigheid, ruzie, scheiding, honger, oorlog. Ach, we zien het dagelijks op het journaal of maken het aan den lijve mee.

Maar christenen zwelgen daar niet in. Zij zijn er slachtoffer van, net als iedereen.
Met Kerst dachten we aan God die de minste wil zijn en zich aan ons, in deze wereld, verbindt. Door mens te worden. Dat betekent: te lijden. Want het leven is niet ’leuk’ [om die verschrikkelijke term maar te gebruiken], al zijn er aardige momenten. In de 40dagentijd [de lijdenstijd] gedenken we dat. Gedenken we het lijden dat ons aangedaan wordt, dat ons overkomt, het lijden dat we niet willen. En we verbinden dat lijden met de weg van Jezus. Een schijnbaar doodlopende weg.

Zijn woorden, zijn daden, zijn optreden was met name de ’rafelmensen’ van zijn tijd uit het hart gegrepen; de mensen die strompelend, met pijn en moeite trachten te leven en te overleven met elkaar en met God. De rijken en ogenschijnlijk voorspoedigen zegt hij de wacht aan. Hij zet grote vraagtekens bij de gewone gang van zaken, de gevestigde belangen, de gestolde geloofstraditie. En dat brak hem op, zo’n boodschap moest wel tot uitsluiting leiden, letterlijk. Jezus’ voortijdige einde komt eigenlijk niet als een verrassing — hij werd tenslotte niet veroordeeld en gekruisigd omdat ze hem zo’n leuke peer vonden.

Jezus’ lijden tijdens zijn leven en voorafgaande aan zijn dood was niet wat hij zocht. Hij ’zwelgde’ er niet in, was er niet trots op, vroeg zich herhaaldelijk af of dit nu wel de wil van zijn Vader was. Hij wilde er onderuit komen, maar hij besefte uiteindelijk dat het hoorde bij de weg van de waarheid die tot leven leidt. En hij maakte de grote leegte mee van de godverlatenheid.

„Schijnbaar doodlopende weg”. Want Jezus’ weg tot aan het kruis en in de dood, is de hoeksteen van het Christendom geworden, vanwege wat er op volgt. Het Christendom kan eventueel bestaan zonder kerstverhalen, maar niet zonder de verhalen van Passie en Opstanding. Jezus’ dood zonder meer, is het zoveelste tragische verhaal van een goed mens die ten onder gaat aan het kwaad. Een verhaal van velen en dus op zichzelf niet bijzonder [helaas].

Goddank is er een komma in het Jezus-verhaal. Een monumentale komma: „Gekruisigd, gestorven en ten derde dage wederom opgestaan.” Jezus ging de weg van de graankorrel. De graankorrel die ’begraven’ wordt om op de juiste tijd nieuw leven voort te brengen. Dat vindt de graankorrel niet fijn [voorzover je dat van graankorrels kunt zeggen], maar het is zijn ’doel’. Jezus verkondigde en leefde die weg. En God zag dat het goed was en deed hem verrijzen, want de dood is het einde niet [hoogstens een vijand] en God wil het volle leven voor zijn mensen. Jezus’ trouw aan die boodschap tot in de dood, is het doel waarvoor hij leefde.

Ik kan het lijden niet voorkomen, ik kan het niet kleiner maken dan het is. Zelfs Jezus kon dat uiteindelijk niet. Maar omdat ik dat weet, weet ik ook waar ik met mijn pijn, mijn lijden naartoe kan. Ik heb een Adres en een Adressant. Ik kan mijn nood klagen. Niet het uitschreeuwen in een leeg heelal zonder echo.

Echter, God is meer dan dat, meer dan een Postbus 51 of een SOS Telefonische hulpdienst. God klaagt zelf ook, Hij klaagt aan. Roept ter verantwoording. Hij roept de mensen dringend op om nu eindelijk eens werk te maken van die grote woorden als vrede, gerechtigheid en heelheid. Ongeveer zoals Jezus dat deed, die met daad en woord liet zien dat het mogelijk is: dat liefde alles mogelijk maakt.

vrijdag 17 april 2009

antroposofisch

En dit is een antroposofische kijk op Jezus' verrijzenis, maar of het er inzichtelijker van wordt?

Pasen — de diepere betekenis

De Christelijke kerken vieren met Pasen dat Christus is opgestaan uit de dood, nadat Hij op Goede Vrijdag voor onze zonden is gestorven. Aan dat laatste wil ik niets afdoen, maar er zijn meer redenen waarom de gebeurtenissen op Goede Vrijdag en Pasen hebben plaatsgevonden.

De schepping van alle natuurrijken (mineralen, planten, dieren en mensen) was een daad van God de Vader in de geestelijke wereld. Zijn hele schepping bevond zich in de geestwereld, er was nog niets fysieks of stoffelijks aan. Heel langzaam, stapje voor stapje heeft die schepping zich steeds meer verdicht, is kouder en harder geworden, tot de vaste vorm was bereikt die we nu kennen. Via warmte, gasvormigheid, de vloeibare vorm, tot uiteindelijk in de aardse vorm van nu.

De schepping is a.h.w. uitgekristalliseerd vanuit de geest in de stof. Je zou het kunnen vergelijken met een glas water waarin zout is opgelost. Je denk dat je alleen water ziet (geest), maar als je het water laat verdampen (de geest trekt zich terug), zie je langzamerhand het zout tevoorschijn komen en op het laatst is er alleen nog maar het uitgekristalliseerde zout te zien.

De schepping was daarmee ten einde. Harder dan hard kan niet. Verder verwijderd van de geest kan niet. De schepselen zijn nu verder verwijderd van hun Schepper dan ooit. Dat heeft wel opgeleverd dat we vrij zijn in ons denken. We zijn nu zo vrij dat we zelfs met grote innerlijke overtuiging kunnen zeg-gen dat God of een geestwereld niet bestaat. Maar wat nu?

Je zou kunnen zeggen dat de hele schepping tot in de stof een soort uitademing van God de Vader was. Na een uitademing volgt een inademing. Langzamerhand zal de aarde zich dus weer vergeestelijken, totdat alle natuurrijken, inclusief de mens, weer in de geestelijke wereld zijn opgenomen. Echter, de mens heeft nu de vrijheid om daar wel of niet actief aan deel te nemen. Om mee te bepalen hoe die nieuwe geestelijke wereld er uit zal zien. Of de menselijke ervaringen en de scheppingen van de mens daarin een plaats zullen krijgen of niet.

Daarom heeft God de Vader Zijn Zoon, het Christuswezen, naar de aarde gestuurd, om de mensen te leren hoe ze de stof, de materie, kunnen vergeestelijken. Daarom is God de Zoon gestorven, om voor te doen hoe je een stoffelijk, fysiek lichaam, kunt omvormen tot een opstandinglichaam. Er kan alleen sprake zijn van opstanding na de dood. Het Christuswezen moest dus door de dood gaan en is daarom ingedaald in Jezus van Nazareth bij de doop in de Jordaan. Er is een God werkelijk mens geworden en die Mens is opgestaan uit de dood met een opstandinglichaam en is daardoor ons voorbeeld geworden.

Natuurlijk is dat voor de mens niet in één leven te doen. Wij zullen daar vele levens voor nodig hebben. Wij zullen onze scheppingen moeten omvormen tot een bepaalde geestelijke vorm, want die nieuwe wereld zal geen fysieke, stoffelijke wereld meer zijn. Christus zal die nieuwe wereld bouwen, maar wel met de materialen die wij Hem zullen aanreiken. Er kan niets achterblijven, want in die nieuwe wereld bestaat geen materie meer.

We zouden kunnen zeggen dat het toen voor Jezus Christus een koud kunstje was, want Hij was tenslotte God, maar dat is een misverstand. God de Zoon is werkelijk mens geworden. Ook Hij is door de fysieke dood gegaan en vóór die tijd heeft Hij dezelfde Godverlatenheid moeten doormaken die wij ook in ons leven ervaren. Niet voor niets sprak Hij aan het kruis de woorden: “Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” Het was een offer en een pure daad van liefde dat een goddelijk wezen zich zo met de mensheid en het mensenlot heeft verbonden. Hij heeft voorgeleefd hoe wij onze huidige en toekomstige klus moeten klaren en staat ons daarin dagelijks terzijde, maar laat ons vrij in de keuze Hem daarin te volgen. Dat geeft de devote stemming op Goede Vrijdag en de hoop en kracht met Pasen om vol vertrouwen, maar uiteraard met een levensgrote eigen verantwoordelijkheid, de toekomst in te gaan.

dinsdag 30 september 2008

fataal

De Psalmen (in de bijbel) zijn gedichten, maar door een levenslange blootstelling eraan (al dan niet in berijmde vorm) vergeet ik dat nog wel eens. Dan is het mooi dat iemand als Anton Korteweg is gaan stoeien met taal n.a.v. Psalm 139:
Goed, wij samen, toch
Onder en boven, je bent om mij heen; ik in je, je
weet van mij alles. Dat je me omringt, nou ja, me
doordringt, alles weet uit hoofde van jij, alla, maar
dat je daar ook nog op uit bent! Geen
plaats van je is er die, wil hij, niet ziet mij, die
niet in zich heeft mij. Ver weg of dichtbij, in
de kraag pak je me; geen kant kan ik op, in
Den Haag niet en nergens — licht is er niets bij.
Niet raak ik me ergens in kwijt en niet
in de tijd: wat ik ook maar van plan ben, waar
en wanneer, je wist het al lang dat ik toen dat en dat; dat
ik knap in elkaar, heb je wel voor gezorgd.
Enfin, gebonden zijn, gekend, in iemand zijn, erg is het, maar
niet is nog erger misschien. En altijd, hoe dan ook: ik denk
aan je, op de gekste momenten, en nooit
niet eens niet. Het moet wel dat ik van je hou, de
pest heb aan wie de pest aan je heeft. Ken
me dan maar, weet wie ik ben en doe maar.
Anton Korteweg — uit: Nieuwe Psalmen – Parmentier 6 (1995), nr. 4.
Via de ondoorgrondelijke weg van dóórklikken en Google-acties op het interweb (en deze foutmelding Fatal error: Maximum execution time of 30 seconds exceeded in C:\SojoNet\blog\godspolitics\wp-includes\post-template.php on line 82) kwam ik deze herschrijving tegen.
Om uit te knippen, te bewaren in de huis-Bijbel of/en van buiten te leren.

zondag 28 september 2008

biddend

Hoewel het in ’t leven niet schijnt te gaan om het waarom, maar om het hoe en wat, blijf ik nieuwsgierig naar een sluitend en inspirerend antwoord op de vraag naar het fenomeen ‘god’ in al haar of zijn hoedanigheden.
Vanmorgen in de kerkdienst is weer het nodige afgesmeekt van Hem. En ik vraag me af wat ik en de goegemeente nu eigenlijk verwachten.
Een bliksemschicht? Een donderende stem? Het instorten van de kerktoren? Een gevoel van vrede en rust? Tongentaal (of zoals de NBV vertaalt ‘klanktaal’, wat het er niet duidelijker op maakt)? Een visioen?
De dominee bracht in gebed de financiële perikelen van Wall Street voor God’s troon.
Nu geloof ik dat Hij niet te groot (of te klein) is om Zich te bemoeien met zelfs onze meest basale behoeften, maar wat bezielde de goede man?
Hoopte hij dat alle deskundologen, economisten, financiële experts, beurshandelaren, bankemployés, zich vol schuld en schaamte, handenwringend ter aarde storten en beloven nooit meer het belang van de bank, en hun eigen baan, vóórop te stellen ten koste van het algemeen belang?
Of wil hij dat Hij alle schulden, kredieten en hypotheken naar 0 terugbrengt?
En hij bad als voorspreker voor en namens ons als gemeente.
Of wilde deze voorganger een uitsnede van de actualiteit onder God’s aandacht brengen? Maar God heeft sowieso wel weet van onze zorgen, onze eksterogen, ons verdriet en onze pijntjes.
Of wilde dominee demonstreren dat hij de krant heeft gelezen en NOVA heeft gezien?
Maar dat had hij tijdens de koffie-na-de-dienst genoegzaam kunnen ventileren.
Mijn persoonlijk bidden is inmiddels gereduceerd tot wat gestamelde dankzegging en voorts stilte (wat nog niet meevalt, want hoe leg ik mijn gedachtenstroom het zwijgen op?).
Ik neem aan dat God daar meer behoefte aan heeft, dan de zoveelste klaagzang.
Maar wie ben ik (en wie is God)?

zondag 21 september 2008

hoofdstuk

Onder het motto ‘wie niet horen wil…’
1 De arm van de heer is niet te kort
om te redden,
zijn gehoor niet te zwak om te luisteren—
2 jullie wangedrag is het dat jullie en je God
uit elkaar heeft gedreven;
door jullie zonden houdt hij zich verborgen
en wil hij je niet meer horen.
3 Want jullie handen zijn besmeurd met bloed,
je vingers bezoedeld door wandaden,
je lippen spreken leugens, je tong prevelt bedrog.
4 Geen aanklacht is nog zuiver,
geen rechtszaak wordt eerlijk gevoerd.
Ze vertrouwen op leegte
en spreken bedrieglijke taal,
ze zijn zwanger van onrecht en baren misdaad.
5 Ze broeden slangeneieren uit,
ze weven spinnenwebben.
Wie hun eieren eet zal eraan sterven;
als er één wordt ingedrukt,
komt er een adder uit.
6 Hun spinnendraden zijn ongeschikt voor kleding,
wat zij maken kan niet worden aangetrokken.
Hun daden zijn heilloze daden,
hun handen staan naar geweld.
7 Hun voeten snellen naar het kwaad,
ze haasten zich om onschuldig bloed te vergieten.
Hun plannen zijn heilloze plannen,
verwoesting en rampspoed vergezellen hen.
8 De weg van de vrede kennen ze niet,
waar zij gaan is geen recht te ontdekken.
Ze begeven zich op kronkelpaden;
wie daarop wandelt kent geen vrede.
9 Daarom blijft het recht ver van ons
en is gerechtigheid voor ons onbereikbaar.
Wij hopen op licht, maar het is duister,
op een sprankje licht,
maar we dolen in het donker.
10 We tasten als blinden langs de muur,
we tasten rond als iemand die niets kan zien.
Op klaarlichte dag struikelen we
alsof het schemert,
in de kracht van ons leven lijken we dood.
11 Wij allen grommen als beren,
we klagen en kreunen droevig als duiven.
Wij hopen op recht, maar het is er niet,
op redding, maar ze blijft ver van ons.
12 Want talloos zijn onze misdaden jegens u,
onze zonden getuigen tegen ons.
We zijn ons van onze misdaden bewust
en erkennen ons wangedrag:
13 we zijn opstandig en de heer ontrouw,
we zijn afvallig van onze God,
we zijn belust op bedrog en onderdrukking,
zwanger van leugens
brengen we onwaarheid voort.
14 Het recht is verdrongen
en de gerechtigheid blijft ver van ons;
de waarheid struikelt op straat
en de oprechtheid krijgt nergens toegang.
15 Zo laat de waarheid verstek gaan,
en wie het kwaad wil mijden, wordt uitgebuit.
Maar de heer zag het,
en het was slecht in zijn ogen
dat er geen recht meer was.
16 Hij zag dat er niemand was,
hij was geschokt
dat niet één mens zijn zijde koos.
Op eigen kracht bracht hij redding
en zijn gerechtigheid spoorde hem aan.
17 Hij gordde het harnas van de gerechtigheid aan
en zette de helm van de redding op zijn hoofd.
Hij deed het kleed van de vergelding aan
en hulde zich in de mantel van de strijdlust.
18 Hij zal ieder naar zijn daden vergelden:
woede voor zijn vijanden,
wraak voor zijn tegenstanders;
ook op de eilanden wreekt hij zich.
19 In het westen zal men
de naam van de heer vrezen
en in het oosten zijn majesteit.
Want hij zal komen
met de kracht van een rivier
in een smalle bedding,
20 Hij zal als bevrijder naar Sion komen,
naar allen uit Jacobs nageslacht
die met de misdaad breken–spreekt de heer.
Uit het bijbelboek Jesaja, hfdstk. 59, rgls. 1–20, vlgns. de Nieuwe Bijbelvertaling (uitg. KBS-NBG-VBS)

zaterdag 12 juli 2008

recreatiefloos

Nederland heeft vakantie; althans bij mij in de buurt.
Ook in de kerk is dat een stille periode met veel lege plaatsen in de vieringen en weinig tot geen bijeenkomsten van Bijbelstudiegroepen, pastorale bezoeken en vergaderingen (behalve van de commissie die de Startzondag van september voorbereidt).
En vakantie is voor dominees aanleiding om in hun bijdrage aan het zomernummer van het kerkblad (“dit nummer is voor 8 weken!”) te jongleren met de begrippen ‘vacant’, ‘vrijheid’, ‘herademen’, ‘uit- en toerusten’, ‘(re)creëren’, ‘(re)creatie’, ‘creatief’ en ‘Creatie’.
Zullen we afspreken, Eerwaarde Domineren en Domina’s, dat we dat vanaf nu tot aan de Wederkomst van Christus, nooit meer doen? Het is uitgekauwd, clichématig, oninspirerend, dus juist niet creatief (in alle betekenissen van het woord, welke u blijkbaar uit-en-te-na kent) en veel te vaak gedaan (en meestal beter) door honderden van uw collega’s.

zondag 6 juli 2008

best

Blaise Pascal (1623 – 1662) was een wis- en natuurkundige. Hij vond o.a. de eerste telmachine uit, een verre voorloper van de computer. Hij was een logisch denkend man, ook als het om geloof ging:
Als ik in God geloof en Hij bestaat
kom ik in de hemel
Als ik niet in God geloof en Hij bestaat
kom ik in de hel
Als ik in God geloof en Hij bestaat niet
heb ik niets verloren
Als ik niet in God geloof en Hij bestaat niet
heb ik weer niets verloren
Het is dus het beste in God te geloven

zondag 29 juni 2008

aflatend

Het is mij bijna ontgaan maar we leven sinds 28 juni ’08 in het »Paulus-Jaar«. Vanwege zijn geboorte 2000 jaar terug. (Hoe weten ze dat eigenlijk, die datum? Staat hij ingeschreven in de burgerlijke stand van Tarsus? Of hielden ze destijds een besnijdenisregister bij?) Het verjaarsfeestje duurt tot 29 juni 2009, dus we hebben nog even.
Het Vaticaan wist ervan en gooit er bijzondere volledige aflaten tegen aan, ter verhoging van de feestvreugde. Ik dacht dat ze dat sinds Martin Luther op een laag pitje hadden gezet.
Om te voorkómen dat het een rotzooitje wordt, één aflaat per persoon per dag en je moet ervoor naar de pauselijke basiliek St. Paulus (Via Ostiense, Rome). James Francis s.r.e. Kardinaal Stafford, de ‘Großpönitentiar’ van het Vaticaan (ik weet niet hoe je dat in het Nederlands overzet, ‘hoofd penitentie’?) zegt het zelf:
Allen und jedem einzelnen Christgläubigen, die wirklich bußfertig, durch das Bußsakrament gereinigt und durch die heilige Kommunion gestärkt, in frommer Gesinnung die Päpstliche Basilika des hl. Paulus an der »Via Ostiense« besuchen und nach Meinung des Papstes beten, wird der vollkommene Ablaß der zeitlichen Sündenstrafen gewährt und erteilt, wenn sie vorher den sakramentalen Nachlaß und die Vergebung der Sünden erlangt haben.

Der vollkommene Ablaß kann von den Gläubigen sowohl für sich selbst als auch für die Verstorbenen gewonnen werden, so oft man die gebotenen Werke verrichtet, wobei die Norm Gültigkeit behält, daß der vollkommene Ablaß nur einmal am Tag erlangt werden kann.

En als je niet naar Rome kunt:
Die Christgläubigen der verschiedenen Ortskirchen können unter den gewohnten Bedingungen (sakramentale Beichte, eucharistische Kommunion und Gebet nach Meinung des Heiligen Vaters) und ohne jede Anhänglichkeit an jegliche Sünde den vollkommenen Ablaß gewinnen, wenn sie andächtig an einem öffentlichen Gottesdienst oder einer Andacht zu Ehren des Völkerapostels teilnehmen: an den Tagen, an denen das Paulus-Jahr feierlich eröffnet und beschlossen wird, in allen Gotteshäusern; an anderen Tagen, die vom Ordinarius des Ortes zu bestimmen sind, in Gotteshäusern, die dem hl. Paulus geweiht sind, oder zum Nutzen der Gläubigen in anderen vom Ordinarius dafür bestimmten Gotteshäusern.

Fijn van kardinaal Stafford dat-ie er aan gedacht heeft.

vrijdag 27 juni 2008

levendig

Voordat u verder gaat met uw ongetwijfeld fabeltastische leven, dient u eerst te lezen wat Jean-Jacques Suurmond te melden heeft op het themakanaal 'Meer!' van Trouw (léés die krant).

maandag 23 juni 2008

vervreemd

“Geloven is aannemen wat wij niet zien, en het gevolg van geloven is zien wat we aannemen.” (Augustinus)

‘De’ mens leeft in vervreemding. Ik ben vervreemd van mezelf, mijn medemensen, natuur en God. Vervreemd van de natuur; we buiten de aarde en haar schatten uit, vernietigen visvoorraden en warmen alles op, zodat het water ons tot de kin komt. Marx heeft zelfs vastgesteld dat we vervreemd zijn van ons werk. Iedereen die aan het eind van de dag zich afvraagt wat hij nu eigenlijk heeft voortgebracht na 8 uur gewerkt te hebben, zal het met hem eens zijn.
Ik ben vervreemd van mezelf, want ik weet nauwelijks waarom ik doe of laat wat ik doe en laat. Bijvoorbeeld: ik rook. Ik weet dat roken ongezond is. Het gaat dus in tegen mijn biologische drang om te overleven. Ik ga bewust in tegen mijn eigenbelang. Het is een verslaving; één die zeer moeilijk af te leren is. [Ik mag die crackpot van Utrecht-Centraal dus niet kwaad bejegenen; mijn soort verslaving is iets meer geaccepteerd (en steeds minder – de dag zal komen dat ik dezelfde sociale status heb als een heroïne-hoer)].
Eigenlijk wil ik niet eens weten waarom ik toch rook. Of leef. De meeste tijd kies ik ervoor te leven in een zalig niet-weten, een niet-bewustzijn. Opperste vervreemding. [Misschien is dat wel het tweeledige van het aloude verhaal van de Oermens, Adam & Eva, en hun eten van de boom van kennis van goed & kwaad. Dat de schrijver van die mythe (maar daarom niet minder waar) de duivel de vrucht laat aanprijzen, is misschien wel uit zijn behoefte om die drang naar weten in een kwaad daglicht te stellen].
Pas in momenten van crises [ziekte, dood] word ik ruw wakker geschud uit dit (n)on-bewustzijn. [On-bewustzijn in dezelfde betekenis als onland – wel een land, maar geen goed land]. En dan komen die verschrikkelijke waarom-vragen naar boven. Die vragen zijn te bedreigend en te groot. Want de antwoorden zijn zo zonder troost en erbarmen. Met m’n bewustzijn kom ik er niet uit. Mijn bewustzijn zegt namelijk dat er geen reden is, geen zin, geen antwoord.
Mijn geloof in God & al die dingen zet dat bewustzijn tussen haakjes. En maakt dat ik me niet van vijfhoog naar beneden stort – als ik dat al zou durven. Geloof wordt als het ware over mijn bewustzijn geschoven. En door dat geloof komt er troost. Het geloof dat de verpletterende werkelijkheid niet het laatste is. Dat er met moeite en pijn, zoals met een geboorte, een nieuwe hemel en aarde aan het komen is. En zoals een moeder niet meer de helse barenspijn voelt wanneer de pasgeborene op haar boezem ligt, zo zal de levenspijn van het nu wegvallen wanneer “all the colors bleed into one” (U2).
En ik krijg zin [in alle betekenissen van dat woord], wanneer ik me in dat proces van deze-wereld-anders laat inschakelen. Op mijn bescheiden wijze in het nu al iets van dat »later« laat gebeuren. En dat »later« heeft te maken met heelheid, vrede, recht. Dat de klootzakken [mezelf niet uitgezonderd, zo gereformeerd ben ik dan wel weer] uiteindelijk niet het laatste woord hebben. Dat de verscheurdheid van het goede willen, maar het verkeerde doen er niet meer zal zijn.
En ik vind daar in troost en bemoediging. Zodat ik mijn leven min of meer aankan.