Posts tonen met het label rolstoel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rolstoel. Alle posts tonen

woensdag 3 juni 2015

verkeer

Basisschool-kinderen doen hun Verkeersexamen en steken overal hun arm uit, wachten en kijken links-rechts-links voor ze oversteken. Na vandaag hoeft dat niet meer en mogen ze op de fiets whatsappen en met hun vieren naast mekaar rijden.

Zo’n examen is een rite, zoals de musical in groep 8 of het luchtalarm-loeien elke eerste maandag van de maand. Over een jaar wordt het Verkeersexamen via het Internet afgenomen of met een smartphone app.  

maandag 14 oktober 2013

service

Toen zij op het punt stond om de hoorn op de haak te leggen — zo’n telefoon heeft zij nog — zei de onbekende aan de andere kant van de lijn dat hij het later nog eens zou proberen. Maar zij wilde geen service-abonnement voor het reinigen van de kliko.
Haar kliko die door de vriendelijke buurman elke twee weken aan de stoeprand werd gezet was meestal nog niet voor helft vol.  Vooral met lege plastic bakjes van Daily Diner maaltijden (“Culinaire Hoogstandjes Met Smaak Thuisbezorgd”). De bakjes die zij zorgvuldig elke keer afwaste alvorens ze in de kliko te werpen.

Die maaltijdbezorgservice was haar destijds aangeraden door de nadrukkelijk aanwezige thuishulp die twee maal per week haar serviceflatje (ruime woonkamer met open keuken, één slaapkamer en douche- annex toiletruimte) kwam doen.

De thuishulp kwam niet meer. Dat was nu eenmaal per week een studente psychologie, Malies, die in 2½ uur kwam stoffen, stofzuigen, klamvochtig afnemen, raamzemen, douche reinigen. Dat deed ze met enorme hoeveelheden allesreiniger en nauwelijks verhulde tegenzin. Malies kon ook Tessa, Eline of Annemijn zijn want het was elke week een verrassing wie er kwam. Zij hoopte steeds op Amber, het inmiddels 17-jarige buurmeisje van vroeger, toen zij met man en kinderen woonde op Tesselmalaan 15. Daar stond nu buurtservicecentrum "Het Kwakel".

vrijdag 4 oktober 2013

dierendag

Vandaag gaat Mevr. S. naar de slager om lamsgehakt voor haar hondje te kopen.
Dat doet ze elk jaar met Dierendag.

Niet met het onderwerp gerelateerde illustratie:

dinsdag 14 februari 2012

tobberig


Nachtelijk getob.

Wat als er géén gevaarlijke klimaatverandering gaande is?
Moet ik al mijn wachtwoorden veranderen?
Is Roemer wel een goed alternatief voor Rutte & De Witte Gedoger?
Welke boeken zal ik naar De Slegte brengen?
Hoe kan ik in bed naar Radio Paradise (internetradio) luisteren?
Krijgt mijn zus, tijdelijk verblijvend in de Dominicaanse Republiek, een onbekende tropische ziekte?
Bid ik wel genoeg? (Nee)
Wanneer ga ik puinruimen in mijn flat?
(Hoelang) kan ik mijn baan behouden?
Wat herinner ik me van de laatste Groene? (en de Trouw van gisteren)
Maakt Damien Rice nog platen?
Wíl ik eigenlijk op Facebook? (Nee)
Met wie heb ik de laatste maanden een warm interpersoonlijk contact gehad?
Wat te denken van Ted van Lieshout’s Mijn meneer?
Waarom rook ik zoveel?
Ben ik de enige die Phil Collins best wel goed vind?
Waarom bel ik Pieter S. niet gewoon?
Zal ik donderdag naar de film gaan? (en zo ja welke?)
Ik heb nieuwe nette schoenen nodig; zal ik daarvoor mijn weinige spaargeld aanwenden? Maar wat als de ijskast kapot gaat?
Wanneer ontdekken ze dat ik een snotterige lamzak van niet-waargemaakte voornemens ben?
Lééf ik wel? 

vrijdag 4 november 2011

nog te bouwen


Citaat:
Het visualiseren, dat is het foto-realistisch weergeven van gebouwen die nog gebouwd moeten worden, behoort tot de hoofdtaak van aArtVisuals.
En zo ziet dat er dan uit (aanklikken om uit vergroten):



Misschien komt het omdat ik nu een Henning Mankell thriller aan het lezen ben, maar ik vind dit een heel geheimzinnig beeld. Wat gebeurt hier allemaal? Of wat is er gebeurd? Of wat staat er te gebeuren? Waarom staat die elegant geklede vrouw buiten op het terras te grijnzen. En wat stopt die man in zijn borstzakje of haalt hij er uit: een wapen, z’n rijbewijs, geld, zijn bril, een doekje om vingerafdrukken uit te wissen? En die auto — is die gestolen, is het een vluchtwagen, een leasebak van de buurvrouw, een politiewagen in burger?

Spannend.

Overigens vind ik het ‘fotorealistische’ van aArt een beetje tegenvallen: het meubilair en wat er op ligt/staat lijkt een beetje te zweven. Maar dat maakt het hele plaatje nóg geheimzinniger, als een still uit een aflevering van Doctor Who, waarin een Alien de zwaartekracht voor een deel heeft opgeheven.

Zie ook: beeldig.

zondag 16 oktober 2011

vieroog


“Erik? Ben jij het echt?”
Met een ongelovige blik loopt Arno op mij toe.
“Hoi, Arno”, zeg ik neutraal, “Hoe is het met je?”
“Goh, dat is lang geleden? Vijftien jaar? Twintig?”
“Ja, zo ongeveer.”
Na twintig jaar sta ik weer op de dijk en kijk over de Waal. Twintig jaar geleden kwam ik elke zomer hier naar Wamel. Zes weken vrijheid. Spelen in de uiterwaarden, fietsen in de polder, met de pont naar Tiel, zwemmen in de rivier hoewel dat eigenlijk niet mocht vanwege de stroming. En altijd samen met Arno.
Arno pakt een stok en een vuilbruine hond zet er meteen z’n tanden in.
“Heb jij een hond, Arno? Maar jij hield toch niet van honden?”
“Nee, dit is Bozo, de hond van m’n zus. Daar pas ik twee weken op. Pak ‘em Bozo!”
Als de hond is weggeroffeld kijkt Arno mij strak aan.
“Je bent veranderd.”
“Veranderd? Nou ja ik heb al een tijd een bril, maar verder....”
“Erik is een vieroog geworden. Weet je nog hoe we dat altijd riepen naar Harmke, als ze weer met ons wou spelen?”
”Ja, dat moet heel traumatisch voor haar zijn geweest.”
“Wat een dure woorden. We bedoelden er toch niks mee? Wat doe jij tegenwoordig?”
“Ik ben psycholoog op het Pædagogisch Instituut.”
“Oh, je hebt dus gestudeerd. Zo, zo.”
“En jij, Arno?”
“Oh, ik ben hier blijven hangen. Ik werk nu bij de Gemeente. Afdeling grondwerken om precies te zijn. Lekker buitenwerk, hoewel er steeds meer administratie bij komt. Dat vind ik niet zo leuk.”
“Dan zoek je toch wat anders.”
“Wat anders. Hoezo? Dat gaat niet zo makkelijk.”
“Alles kan, Arno. Je kunt je levensscript elk moment herschrijven”
“Levensscript?”
“Ja, de manier hoe je in het leven staat, je opvattingen, je doelen.”
“Daar weet ik allemaal niet zoveel van. Ik heb het goed hier, voor mij hoeft er niet zoveel te veranderen”
“Toch hoor ik een stuk onvrede bij je.”
“Stukke onvrede? Ik zei alleen maar dat ik soms teveel burowerk heb.”
De hond staat snuivend voor ons, de stok overdwars in zijn bek. Ik maak aanstalten om de stok te pakken. De hond begint te grommen.
“Pas op! Niet doen. Bozo is nogal eenkennig. Vreemden moeten niet aan z’n speelstok komen.”
“Waarschijnlijk verlatingsangst, omdat hij zonder zijn vrouwtje is”, zeg ik ironisch.
Maar Arno lacht niet. Hij kijkt me nogeens aan.
“Je bent veranderd, Erik.” Er valt een stilte.
“Nou Erik, ik moest maar ‘es verder. Het ga je goed.”
Hij geeft me een hand, de hond begint weer zachtjes te grommen.
Even kijk ik ze na, dan sta ik weer alleen op de dijk en kijk over de Waal.

donderdag 3 januari 2008

big down

Het is een klotejaar, dat 2008. Vandaag krijg ik bericht dat de bank mij geen krediet meer geeft, de huur van januari kan ik niet betalen, het beeldscherm van mijn personele teller valt sinds Nieuwsjaardag opeens weg om net zo plotseling weer aan te floepen (wat geflikker en ineens kijk ik tegen een zwart scherm aan net als ik bezig ben om bijvoorbeeld dit bericht neer te laden, of als ik de essentiële komma’s en punten van een mailtje aan het bijvijlen ben), het wordt maar geen winter, als ik naar ####### fiets heb ik wind tegen en als ik terugfiets drie kwartier opnieuw, pijptabak is wéér duurder, de ENFB gaat niet in op mijn sollicitatie (“Tot onze spijt”, schrijven ze dan. Hoezo?! Het spijt hun helemaal niet, want ze vinden me niet geschikt, dus ze zijn blij dat ze niet met mij in zee gaan; ik eis dat vanaf nu alle afwijzingen beginnen met “Tot uw spijt”), zelfs Jars of Clay werken niet meer.

Big Blow?!? Ammehoela!

zondag 16 december 2007

viriel

Ik voel me bijzonder. Speciaal. Apart. Bijna uniek.

AVG, de viruszoeker van mijn internetpolitie in Tsjechië (
http://www.grisoft.com) heeft een "Trojaans paard" ontdekt op mijn tafelrekenaar.

Dat betekent dat ergens op de wereld iemand mijn computer, MIJN computer, belangrijk genoeg vond om een virus op los te laten, en dan nog wel eentje met zo'n prachtige naam: Trojan Horse Generic 9. In het Engels klinkt het nog mooier. Trojan Horse Generic: het is een titel voor een actiefilm met Will Smith.

Natuurlijk moet ik er niet blij mee zijn; het gevaar is groot dat dit de laatste regels zijn die ik met mijn PC kan produceren en dat zometeen mijn computer alle dienst weigert.

Maar voor nu wentel ik me in het zalige gevoel van opgemerkt te zijn, al is het maar door een klootzak ergens op deze wereld, die zijn niet geringe computerkennis misbruikt voor hufterige acties als virussen maken en vrijlaten op het wereldwijde web.

donderdag 29 november 2007

egel

Wilbert Wipstrik heeft het gevoel dat de wasknijpers waaraan zijn leven hangt, losgeraakt zijn. Bungelend aan één pink boven het ravijn, kan hij van het uitzicht niet meer echt genieten. Beneden hem roept een relbeluste massa ‘Spring!’.

Hij vraagt zich af hoe hij hier terecht is gekomen en welke afslagen hij heeft gemist. En of er eigenlijk wel sprake is van kiezen. Een weg ligt er nu eenmaal en kan slechts van a naar b gaan. En nu hij in b staat, vraagt hij zich af wat hij hier zoekt, wat hij niet ook in a kan vinden.

Wilbert’s steunzolen beginnen te wiebelen. Zijn enige troost is zijn verzameling luciferdoosjes van over de hele wereld, maar de aanblik van de tientallen kleurig-rammelende kartonnetjes, verschaft hem geen vreugde meer.

Ten einde raad belt hij de Oecumenische Praatdraad [‘voor een gesprek van hart tot hart’]. Hij hoort de bezettoon en begint te praten.

“Met een bijna bovenmenselijke krachtinspanning wist ik mijn auto zo te manoeuvreren dat deze het egeltje net niet raakte. Het gevolg was een slip en ondanks mijn rukken aan het stuur, raakte ik van de weg. Ik bracht mijn rode Nigusniki tot staan in de berm en stapte uit. Toen ik in de richting van het diertje liep, toeterde een bus, die voorbijraasde zonder dat de chauffeur oog had voor fauna en flora langs de weg. Het egellijkje vormde een bruingrijze vlek op het zwarte asfalt. Ik draaide mij om, liep naar de auto en stapte in. Ik startte de wagen en draaide de weg op. Ik vermeed te kijken naar de vlek. Ik draaide het volume van de radio hoger. Een dixielandorkestje speelde 'O when the saints go marchin’ in'. Het was bijna zeven uur in de avond en het begon te donkeren. Ik hoorde het driftige toeteren van de tegenliggers niet en ik zette mijn zonnebril op. Ik hoorde de klap een fractie eerder dan ik die voelde.”

Als Wilbert zich op zijn buik wil draaien voelt zijn lijf als een rotte banaan; hij kan zijn armen en benen niet bewegen. Er is een druk in zijn borst, alsof iemand onophoudelijk een potlood tegen zijn ribbenkast duwt. Zijn hart klopt zwaar en hij kan voelen hoe het bloed door zijn aderen wordt geperst, als stroop door een tuinslang. Hij doet zijn ogen open en kijkt recht in twee ogen die hem nieuwsgierig aanzien.

“Zo, je bent wakker. Hoe is het? Hoofdpijn zeker, een gevoel van naalden in de bovenkamer?”

Met een ruk komt Wilbert overeind. Maar met een kreet valt hij weer terug op het bed. Wat een stekende pijn, net achter zijn ogen!

“Voorzichtig. Voorzichtig. Je moet het rustig aandoen. Je hoofd. Je moet niet meteen je hoofd gebruiken als je de rest van je lichaam ook nog hebt. Je mag nog van geluk spreken dat je je riem omhad. Want de airbag was lek. Alsof er een stekelvarken in gezeten heeft. Dat kan nog een mooie rechtzaak worden. Maar ik praat en praat. Je moet nu maar weer gaan rusten.”

zondag 7 oktober 2007

Eerste regels

Net te laat draaide hij de auto de bocht in.
Hij begon te zweten.
Hij trok het stuur naar rechts, maar het scheen niet uit te maken.

Hij vroeg zich af of dit nu het gevolg was van onderstuur of bovenstuur.
Hij voelde de klap eerder dan hij het geluid hoorde.
Toen zette hij de radio uit.

vrijdag 28 september 2007

Groenhark

De Waddenvereniging meldt vandaag op hun netstek:
Drie zeldzame orchideeënsoorten bij Lauwersmeer
Vorig jaar werden al de duinwespenorchis en de grote keverorchis ontdekt, kort geleden werd de groenknolorchis aangetroffen. Het Nationaal Park Lauwersmeer is trots op deze orchideeënsoort die op de Rode Lijst staat. Waarschijnlijk zijn de zaadjes afkomstig van Schiermonnikoog en over de Waddenzee gewaaid, daar komt deze soort ook voor. Nu nog zorgen dat de konijnen ervan afblijven...!

Ik ben lid sinds de jaren '70 van de vorige eeuw van deze natuurvriendenclub toen ze nog 'Landelijke Vereeniging tot Behoud van de Waddenzee' heetten.

Ik ben fan van de Wadden. Dat is dan ook de reden dat ik er zo weinig mogelijk kom. Laat de natuur rustig z'n gang gaan, daar hebben ze geen toeristen bij nodig, die storen alleen maar. Natuurbehoud is toch iets anders dan het netjes aangeharkt houden van een Werelderfgoed, zodat wij er met veerboten, scootmobiels en platvoeten doorheen kunnen banjeren?

De verzuchting aan het eind van het berichtje roept bij mij een stiltegebied bedreigend aantal vragen op. Hoezo mogen de konijntjes niet van de orchideeën eten? Omdat die op de Rode Lijst staan? Dat is ónze lijst, niet die van de konijnen. Wat als de Schierse Groenhark (ik verzin maar wat) op de Rode Lijst staat en (hoera!) gesignaleerd wordt bij het Lauwersmeer? De Groenhark eet zoals bekend alleen de zaadjes van de groenknolorchis (Rode Lijst). Mag het dan wel?

En waarom staat het konijn eigenlijk niet op de Rode Lijst? Omdat er genoeg van zijn? Sinds wanneer is kwantiteit een reden om natuur te beschermen? Natuur is natuur, konijntjes eten groenvoer en orchideeën zijn groen. Dus Broer Konijn (en al je zusjes, broertjes, nichtjes, neefjes) geniet van de Wadden in al hun brede en diverse schoonheid. En vooral van de groenknolorchis!

woensdag 19 september 2007

In de bocht

Tegen de zon in turend rijd ik mijn auto over de kronkelweg langs de Vecht. Zorgvuldig lettend op tegemoetkomend verkeer. De weg is smal en het overzicht niet groot.

Als de rolstoeler ineens voor me opdoemt, ben ik dan ook niet geschrokken, hoogstens verbaasd. Wat doet een rolstoeler, ver van de bewoonde wereld, hier in de berm? Heeft-ie een lekke band? Is-ie gestopt om op adem te komen?

Als ik afrem, steekt de man z'n hand op. Het lijkt een groet, geen gebaar om hulp. Ik wil het autoraam naar beneden draaien, maar zie er van af. Als ik een voetganger in de berm had zien staan, was ik dan gestopt? Had ik me dan afgevraagd of er iets met hem aan de hand is?

Wanneer ik de auto weer op snelheid breng, zie ik in de achteruitkijkspiegel hoe de man in de rolstoel zijn beide middelvingers naar me opsteekt.