Posts tonen met het label tijd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tijd. Alle posts tonen

vrijdag 25 oktober 2013

tijd

De letters van het binnenwerk zijn gedrukt in vlekkerig zwart-wit (Times New Roman vermoed ik) op dik krantepapier, met op de omslag een onscherpe kleurenfoto (© Bernard Charlon/Gamma) van Joeri Andropov en face met een rode strik. De foto’s binnenin zijn alle in zwart-wit op één afbeelding na van een schilderij  »Rolschaatser1982« door Margreet Kolvoort.

Het is juli 1983 en het gaat om weekblad De Tijd (“Dieu et mon droit”), № 460, Jrg. 9. Het was toen crisis met hoge werkloosheid (20%) en een piepjonge Jan Mulder schrijft over zijn avonturen in Las Vegas. 

Een andere bijdrage komt van Tom Pauka* (“Na een lange en succesvolle tocht door de media, zowel bij krant als radio en televisie, en actieve betrokkenheid bij de politiek kan men Tom Pauka nu vinden in de kop van Noord-Holland, alweer betrokken bij kunst maar vooral geconcentreerd op het schrijven van boeken”), die schrijft over wat hij mooi vindt: spelende honden, rolschaatsende jongeren en een schilderij van Margreet Kolvoort. Over die Margreet Kolvoort is op het WWW niets te vinden dus heeft zij officieel niet bestaan.

Andropov heeft wel bestaan. Wikipedia: Joeri Vladimirovitsj Andropov [(Юрий Владимирович Андропов), geb. in Nagoetskaja, Kraj Stavropol, Rusland, 15 juni 1914 — gestorven aan een leveraandoening te Moskou, 9 februari 1984], was een Sovjet-Russisch politicus. Gedurende 15 maanden was hij Secretaris-generaal van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Joeri is ook een Russische kattenaam en ondanks zijn vroegtijdig verscheiden heeft Joeri Andropov een Facebook-paginaDe Tijd: “Hij wist veel meer af van de VS dan Reagan afwist van de Sovjet-Unie.”

Het 8 pagina’s tellende omslagartikel focust op Andropov’s inspanningen als Secretaris-generaal van de USSR om de kernkoparsenalen van de wereld te verminderen. Zijn tegenpool was Reagan, dus dan weet je het wel.

Wat verder opvalt in De Tijd van 1983 is het zorgvuldig gebruik van leestekens. Zoals de aanhalingstekens „ en ” i.p.v. “ en ”. Dat vind ik heel fraai. Net zo als de accent grave in nòg.  

En ik wil Pauka lezen. Zou De Slegte nog iets van hem hebben staan?



*Vanaf 1980 maakte Tom Pauka naam als literair auteur. Hij debuteerde met de verhalenbundel Een moeilijke eter en andere verhalen. De literaire pers reageerde unaniem positief. In 1981 volgde de roman/novelle Winnifred onttrekt zich aan het oog. Daarna publiceerde Tom Pauka twee romans die nog steeds kunnen rekenen op een groot lezerspubliek: Een ongewenst verlangen (1982) en De meidenziekte (1983), respectievelijk met als thema multiple sclerose en anorexia nervosa. Hierna verschenen nog twee romans, te weten Gedroomde kansen (1984) en Lente voor beginners (1985). Succes bleef uit, waarna het stil werd rond de auteur. Wel publiceerde hij nog samen met Rein Zunderdorp — voormalig wethouder van Groningen en thans o.a. voorzitter van het Humanistisch Verbond — twee boeken over de voor- en nadelen van het inschakelen van externe adviseurs: De Banaan wordt bespreekbaar (1988) en Banaan voor gevorderden (1990). In beide boeken wordt het veranderingsproces van de gemeente Groningen eind jaren tachtig beschreven. Kenmerkend voor Pauka’s kleine maar overtuigende oeuvre, is het vertrouwen in de menselijke vitaliteit. Belast met gevoelens van schuld en overbodigheid slagen de hoofdpersonen er desondanks in hun leven zin en inhoud te geven. Zij blinken uit in levensmoed en verstaan de begerenswaardige kunst van het overleven. (Bron: Wikipedia)

woensdag 12 december 2012

grauwe flap


Ik heb professioneel van doen met Mijnheer M. met een echtgenote die te kampen heeft met  ’alzheimer-achtige verschijnselen’, zoals het voorzichtig maar niettemin alarmerend  is geformuleerd in de cliëntenmap.
Mevrouw M. heeft dat ook gelezen en haar commentaar was: „Maar ik geef helemaal geen licht…”.
Mijnheer M. en ik hebben er hartelijk om gelachen.* 


*Niet in het bijzijn van Mevrouw M.

vrijdag 26 oktober 2012

tijdverdrijf

Later kon hij altijd nog zeggen dat z’n horloge had stilgestaan. Geen geldige reden, wist hij, want hij had op z’n mobieltje kunnen kijken. (Bestaat 002 nog, dat telefoonnummer dat de actuele tijd meedeelt met een prettig efficiënte damesstem?)
Voor nu moest hij maar hij maar gewoon verdergaan, ook al vermoedde hij dat hij de voorlaatste afslag had moeten nemen.
Thuis had hij minstens vijf klokken en wekkers, het klokje van de laptop niet meegerekend. Geen daarvan was synchroon met de atoomklok.  Elk liep een paar of zelfs vijf minuten voor. Bedoeld om nooit te laat te komen. Maar bij elke blik op de wandklok rekende hij razendsnel vijf minuten terug en moest zich alsnog haasten. Alleen het klokje van Windows gaf de actuele tijd weer (althans de tijd in Redmond zes uur later of eerder). Maar de computer had hij niet altijd aanstaan.

maandag 1 oktober 2012

getallen



Om al het gedoe op ons planeetje in perspectief te zetten:



Een lichtjaar, symbool lj, (Engels: light-year, symbool: ly) is een lengtemaat die wordt gebruikt in de astronomie. Een lichtjaar is de afstand die licht in vacuüm aflegt in een periode van één jaar volgens de aardse kalender. Een lichtjaar is dus geen eenheid van tijd, zoals de naam suggereert.

Om precies te zijn is een lichtjaar gedefinieerd als de afstand die een foton zou afleggen in vrije ruimte, oneindig ver weg van elk zwaartekrachtsveld en magnetisch veld in één Juliaans jaar (365,25 dagen van elk 86.400 seconden). Doordat de lichtsnelheid in vacuüm per definitie exact gelijk is aan 299.792.458 m/s is een lichtjaar exact gelijk aan 9.460.730.472.580.800 m, afgerond 9,46 × 1015 meter, 9,46 petameter of 9,46 biljoen kilometer. Een lichtjaar is ook ongeveer gelijk aan 63.241 astronomische eenheden (AE).

Het lichtjaar wordt vaak gebruikt om de afstand tot sterren, sterrenstelsels en andere objecten in het heelal aan te duiden. In de astronomie wordt voor zulke afstanden echter vaker de parsec gebruikt, die gedefinieerd is als de afstand op welke een object een parallax van één boogseconde genereert als het geobserveerde object zich één astronomische eenheid zou verplaatsen loodrecht op de zichtlijn van de waarnemer. Een parsec is ongeveer gelijk aan 3,26 lichtjaar. De voorkeur wordt gegeven aan de parsec omdat deze gemakkelijker kan worden afgeleid uit en vergeleken met gegevens uit observaties. Bij het algemene publiek buiten wetenschappelijke kringen wordt de eenheid lichtjaar echter vaker gebruikt.

Eenheden gerelateerd aan het lichtjaar zijn het lichtuur, de lichtminuut en lichtseconde, de afstand die het licht aflegt in vacuüm in respectievelijk een uur, een minuut en een seconde. Een lichtminuut is gelijk aan 17.987.547.480 meter, ofwel circa 18 miljoen kilometer. Een lichtseconde is (per definitie) 299.792.458 m. [Wikipedia]

woensdag 25 juli 2012

RIP Vectis


Ik ben sinds gisteren definitief niet meer van deze tijd. Geboren in het midden van de 20ste eeuw lijkt het of de klok van de samenleving  tienmaal sneller tikt dan mijn biologische klok. Gisteren bleek dat er geen APS-filmpjes meer worden geproduceerd en dies ook niet langer verkocht. APS was destijds (rond 1996) het summum van photographische technologie en toen ik de camera met toebehoren kocht, meende ik klaar te zijn voor de toekomst. Vandaag de dag kan willekeurig ieder GSM-etje wat de Vectis doet/deed maar dan sneller, handiger en efficiënter.
Ik kan mijn Minolta Vectis camerasysteem, met inbegrip van lenzen, filters, tas ter vernietiging naar het gemeentelijke afvalstation brengen. RIP Minolta Vectis. Gelukkig hebben we de foto's nog... 




APS Vectis

maandag 5 maart 2012

vla


Nostalgie is herinnering met de pijn eruit verwijderd, las ik ooit.

Dit weekend heb ik me ongeneerd overgegeven aan nostalgische gevoelens toen ik na twee jaar weer eens in het Zuidelijkste Zuiden des Lands was.

Steeds als ik voorbij ’s-Hertogenbosch Limburg binnenga is er een gevoel van thuiskomen en ik ben niet eens geboren of/en getogen in die streken.

Vijf à zes jaren heb ik er gewoond en gewerkt en heb ik er hoogte- en dieptepunten beleefd. En die highs & lows zaten ’m niet persé in de geologie van Limburg.

Misschien vanwege de emotioneel ingrijpende gebeurtenissen (zowel positieve als negatieve), die ik in de Oostelijke Mijnstreek beleefde dat ik heimwee naar het Limburgse heb.

Of is het gewoon omdat de Krosjele (of Kroezjele, Kroesels, Kroonsjele) Vla (’vlaai’ in het Hollands) er vandaan komt. Die vlaai van kruisbessen welke de lekkerste is van alle vlaaien, maar al jaren niet meer te bestellen via MultiVlaai. 

zaterdag 19 november 2011

blijven kijken


Quarakter naar somberte neigend zoek ik opwekkendheden in de dagelijkse omgeving waardoorheen ik me beweeg op weg naar daar en hier (v.v.).

Zo bevond ik me gisternacht rond 23:23u op het viaduct over de tot 2 x 5 rijlanen uitgesmeerde A2 ter hoogte van Vleuten. (Dat stuk snelweg tussen Holendrecht en Ouderrijn is blijkens het filmpje vooral bedoeld voor laagvliegende hefschroefvliegtuigen).

(Wist ú dat… de A2 tussen Amsterdam en Utrecht de route van de E35 volgt, die daarna overgaat in de E25? De A2 daarmee het begin is van de Route du Soleil naar het zuiden? Dat de ingenieuren van Rijkswaterstraat blijkbaar tijd hebben Triviant te spelen?).

Ik stond daar niet om voor hand vallende bedoelingen (trouwens, over de hele lengte van de brug is links en rechts een 4 meter hoog metalen gaaswerk aangebracht —voor je daar overheen bent…), maar vanwege de feeërieke illuminatie van tientallen rode achterlichtjes die in hoog tempo (max. 100 km/u, al willen blij-dat-ik-rijers nog harder) onder me door en van me vandaan glijden.

Dat is namelijk een mooi gezicht, opgenomen in het autoverkeersgeraas, starend naar eindeloos bewegende rode lichtjes die in het niets oplossen. Wanneer ik mijn bril afzet worden het roodfonkelende diamantjes. Het is een zinsbegoochelende door gezichtsvernauwing blikverruimende ervaring om daar zo’n vijftien minuten staan te staren.

Iemand zou van dit lichtorgel een filmpje op YouTube moeten zetten op een muzikaal bedje van Tiësto. Daar zou ik dan lekker warm thuis voor de pc uren naar blijven kijken.



 

dinsdag 25 oktober 2011

2012



Van de dominee moest ik Alain de Botton’s Religion for Atheists, a non-believer's guide to the uses of religion* lezen en dat boek heb ik dus maar aangeschaft. 

De Botton is zelf niet-gelovig/ongelovig/atheïst/niks en wil in dit boek “… aspects of religious life” onderzoeken, “which contain concepts that could fruitfully be applied to the problems of secular society.” Ik zit nog maar op pagina 26 en ik heb dus nog niet zoveel te recenseren.

Maar ik kan nu al zeggen dat het een wonderbaarlijk boek is. 

We schrijven het jaar onzes Heren 2011. Religion for Atheists is al een halfjaar uit, maar in het voorwerk staat “First published 2012”. Het is een boek uit de toekomst! Een mirakel! Alain de Botton heeft in het nog komende jaar 2012 een boek geschreven dat we nu al te lezen krijgen. Is hij een tijdreiziger? Heeft iets of iemand van gene zijde hem gedicteerd? Is hij verward in de strings en branes van de de M-theorie, waardoor tijd en ruimte voor hem anders zijn? Of is het een effect van die suprasnelle deeltjesversneller?

*uitgegeven bij Hamish Hamilton, ISBN 978-0-241-14536-7, ₤14.99. In vertaling: Religie voor atheïsten, een heidense gebruikersgids. Atlas, Amsterdam. ISBN 978-90-450-19345; € 22,95.

zondag 28 oktober 2007

wintertijd

Dr. ir. C. Noorlander legt het nog één keer uit.


Er vallen per definitie 24 uren in een kalenderdag. Dat is de tijd die er gemiddeld ligt tussen twee opeenvolgende culminaties. Een culminatie is het hoogste punt dat de zon aan de hemel op een dag bereikt. In Nederland staat de zon dan in het zuiden, in Argentinië in het noorden. Een uur is verdeeld in 60 minuten en een minuut is weer onderverdeeld in 60 seconden.

Er bestaan twee definities voor de dag, namelijk als etmaal van 24 uur en als periode tussen zonsopgang en zonsondergang. Het zelfde geldt voor de nacht. Dat is de tijd tussen 00:00 uur en 06:00 uur, maar ook de periode tussen zonsondergang en zonsopgang. Dit zijn onze westerse begrippen. In andere culturen gelden weer andere betekenissen.

De rotatietijd van de aarde om haar as is korter dan een etmaal; het aantal rotaties in een jaar is precies één meer dan het aantal dagen. Bijgevolg is de rotatietijd 23 uren, 56 minuten en 4,1 seconden. Deze tijd wordt een sterrendag genoemd, omdat dit de tijd is, die een
goede sterrenkijker nodig heeft, om éénmaal om zijn as te draaien, teneinde een ster goed te kunnen volgen en te fotograferen.

De volkeren hadden vroeger hun eigen tijdrekening volgens het principe van een zonnewijzer. Alleen was de schaalverdeling of de tijdseenheid verschillend. Zo werd in Israël in de dagen van Jezus de dag verdeeld in 12 uren, waarbij het eerste uur begon na zonsopgang en het laatste eindige bij zonsondergang. De evangelisten Matteüs, Markus en Lucas gebruikten deze tijdrekening. Johannes schreef zijn evangelie na de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Chr. en gebruikte daarom de Romeinse uurrekening, die begon te middernacht. De Romeinse tijdrekening is nu vrijwel overal van kracht.

De ware zonnetijd is de tijd die gemeten wordt met een zonnewijzer. Als de zon het hoogst aan de hemel staat, is het 12:00 uur zonnetijd. Omdat de aardbaan echter een ellips is en de aardas schuin staat, loopt de zonnewijzer nu eens voor en dan eens achter op een perfect lopend horloge, dat is gelijkgezet met de gemiddelde zonnetijd, die officieel de middelbare zonnetijd wordt genoemd. Het verschil tussen de ware zonnetijd en de middelbare zonnetijd heet de tijdsvereffening.

In de herfst en de winter merk je dat het sterkst. Zo loopt de zonnewijzer in november ongeveer een kwartier voor en in februari een kwartier achter.

Tot de 19e eeuw had iedere plaats zijn lokale (middelbare) zonnetijd. Door het toegenomen interlokale verkeer, zoals treinen, werd dit echter ongewenst. Om ongelukken te voorkomen, moest een heel gebied exact dezelfde tijd hebben. Daarom is aan het eind van de 19e eeuw besloten om de aarde te verdelen in 24 tijdzones. De West-Europese tijd is dan
de middelbare zonnetijd van de Londense buitenwijk Greenwich.

In Nederland was het een uur later: de Midden-Europese tijd — die hoort bij de middelbare zonnetijd van 15° oosterlengte, dat is in de buurt van Praag. Omdat Nederland ongeveer op 5° oosterlengte ligt, betekende dat een afwijking van zo’n 40 minuten t.o.v. de middelbare zonnetijd.

Het indelen van de aarde in 24 tijdzones betekende 24 zones van onderling één uur tijdsverschil. De 180e lengtegraad is daarbij gedefinieerd als de datumgrens. Als het bijvoorbeeld in Alaska 10 maart 12:40 is, dan is het in Oost-Siberië een uur eerder en een dag later, namelijk 11 maart 11:40. Slechts gedurende één uur per dag is het overal dezelfde kalenderdag. Diverse landen hebben echter zomertijden ingevoerd, wat het geheel nog ingewikkelder maakt.

Tegenwoordig hebben wij in Nederland van het laatste weekend van maart tot het laatste weekend van oktober de zomertijd: op de laatste zondag in maart wordt om 02:00 uur de klok één uur vooruit gezet en op de laatste zondag in oktober wordt de klok om 03:00 uur één uur teruggezet. Voordeel is dat er ’s avonds minder licht nodig is. Nadeel is dat ‘s ochtends de verwarming een uur eerder aan moet. Ook is er sprake van ontregeling van het bioritme voor mensen en vee en waarschijnlijk ook planten, hoewel over de invloed van zomer/wintertijd op botanica weinig onderzoek is verricht.

Is het nu duidelijk, ook daar achterin? Zodat ik het straks in maart niet wéér hoef te vertellen.

zaterdag 27 oktober 2007