woensdag 21 mei 2008

geweckt

Ik heb twee Weck-glazen gekregen. Twee ronde potten van ‘Rundrand-Glas 100’, enigszins taps toelopend, inhoud 0,5 liter, inclusief elastieken.
Vóór de uitvinding van het conservenblik was ‘wecken’ de manier om fruit en groente te bewaren.
Je kookte bijvoorbeeld aardbeien in met suiker en gelatine en zo heet mogelijk deed je dat in de Weckfles. (Het waren glazen, meestal cylindrische potten, maar ze werden Weckflessen genoemd—raadsels van het bestaan). Die Weckflessen had je vooraf gereinigd met soda; ze moesten steriel zijn.
Dus, zo heet mogelijk deed je de ingekookte aardbeien in de potten, je legde het ronde elastiek op de uitgespaarde plek rondom het glas en drukte het glazen deksel erop (had ik al gezegd dat het deksel rond was?). Daarna klemde je het deksel vast met een metalen… tja, klem. Vervolgens zette je de potten weg op een koele plek (de kelder, want koelkasten waren er nog niet).
Door het afkoelen zoog de pot zich vacuüm en was de inhoud veilig voor bederf.
Wilde je ’s-winters aardbeiencompôte, daalde je af in de kelder en haalde de Weckfles tevoorschijn; je trok aan het lipje van het elastiek en met een zuchtje ging het deksel los. En je kon van ‘verse’ aardbeien genieten (of sperziebonen, of kip, of tomatensoep, want je kon alles zo inmaken).
Die Weckflessen waren universeel, de potten waren verschillend van inhoud (dus hoogte), maar met dezelfde diameter—de deksels en elastieken (helastieken, zeiden we als kinderen) pasten altijd.
Ach ja, vroeger… er komt steeds meer van.
(En natuurlijk is er op het interweb een netstek over wecken en blijkt mijn uit het hoofd gegeven beschrijving van het proces op cruciale punten onvolledig en dus onjuist. Lees het zelf maar, ik heb geen zin om dit bericht overnieuw te typen).

Geen opmerkingen:

Een reactie posten