zaterdag 31 mei 2008

ex

Hoe doe je dat, een koningshuis buiten gebruik stellen?

In Nepal hebben ze het gedaan.

(Ex-)koning Gyanendra en zijn vrouw moeten het paleis binnen veertien dagen verlaten hebben, heeft het parlement besloten. En alle koninklijke (on)roerende goederen worden genationaliseerd.

Hij besteeg de troon in 2001, nadat een dronken kroonprins Dipendra zijn vader, zijn moeder en zeven andere koninklijke familieleden had doodgeschoten en daarna zichzelf.

Gyanendra, broer van de omgekomen Koning Birendra, is nu dus de laatste van een 240-jarige dynastie.

Hij had al de absolute macht moeten opgeven, was geen baas meer over het leger, kreeg geen toelage meer en had bijna geen personeel.

En nu is hij dus koning af.

Hij zal niet van honger omkomen, want hij zat in zaken (hotel in Kathmandu, theeplantage, sigarettenfabriek) vóór hij koning werd.

Ik zit me nu voor te stellen hoe dat met onze Oranjes zou gaan.

Alex kan fulltime met water spelen als medewerker van de EU, Máxima gaat voor de VN micro-kredieten verstrekken, maar Beatrix—wat is er voor haar te doen? Rentenieren waarschijnlijk, maar zonder toelage en alleen met een AOW-tje is dat niet met een Zwitserlevengevoel. Zij lijkt me wel iemand om commissaris te worden bij de KLM ofzo. En ze gaat weer lekker kleien, want ze kan wel aardig beeldhouwen schijnt.

Maar wat gaan we met ons allen doen op 30 april?

maandag 26 mei 2008

in my wardrobe

Het was onder de donkerbruine dakbeschotting, in het zolderkamertje (meer een afgetimmerd hok) van mijn broer dat ik voor het eerst “Wind & Wuthering” hoorde. Het was 1976 en ik was 17 jaar en fan van Sparks, het bandje rond de Gebroeders Mael. Niemand hield van hun muziek; het was ABBA, The Sweet, Queen, The Eagles, disco of hard rock wat er gedraaid werd op klassefuiven.
Maar “Wind & Wuthering” was anders. Nummers van vijf, zeven minuten lang. Orchestrale muziekpartijen, piano-, orgel- en synthesizerklanken, koortjes, ijle gitaarsoli en sprookjesachtige teksten.
“W&W” was het product van vier heren, Tony Banks (toetsinstrumenten), Phil Collins (zang, drums), Steve Hackett (gitaren) en Mike Rutherford (basgitaar en ‘basspedals’). Ze noemden zichzelf Genesis en hun stijl heette “symfonische rock”. Muziek waarin veel gebeurde, tempowisselingen en aparte ritmes—je kon er niet op dansen, je moest ervoor gaan zitten.
Ik was meteen verkocht.
Na “W&W” maakten ze nog een aantal LP’s/CD’s, hadden een paar hitjes, en halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw ontbond de band zich en werd Phil Collins groot als solo-artiest, Mike Rutherford werd een Mechanic en Tony Banks ging filmmuziek schrijven.
Einde verhaal en gelukkig hadden we de platen nog.
Groot was mijn verrassing gisteravond, toen ik na een “Inspector Linley” onderzoek op BBC-1 (hij werd zelf verdacht van moord), de aankondiging hoorde dat op dezelfde zender om 00.00u een concert van Genesis in Rome vertoond zou worden.
Dat werd een latertje, maar het slaapgebrek waard.
De heren waren oud en grijs geworden, behalve de drummer Chester Thompsen, een neger.
Collins was (nog) goed bij stem, Banks bespeelde z’n toetsenborden alsof hij een spiegelei aan het bakken was en de boomlange Rutherford zat te geiten met de ingehuurde gitarist Daryl Stuermer.
Ze speelden uit hun omvangrijke oeuvre geen enkel nummer van “Wind & Wuthering”, maar het concert opende met het triomfantelijke, instrumentale thema van “Duke” uit 1980.
Om ¼-over-1 ’s nachts deed ik mijn TV uit, ging voldaan naar bed en nu ben ik aan het typen met “Nursery Crime” op (een oudere Genesis, nog met zang van ‘there’s an angel in the sky:’ Peter Gabriel).
Want ik ben hun hele catalogus weer chronologisch aan het beluisteren. En geniet met volop teugen. Ik raad u aan hetzelfde te doen.

Als toetje ‘One for the Vine’ (van “W&W”) in een Nederlandse transcriptie. Het is een sprookje over een ‘messias’ tegen wil en dank. De muziek moet je er zelf bij bedenken…

Vijftigduizend man waren onderweg, vanwege de wil van Eén. Zijn boodschap was simpel, hoewel hij het nooit hardop zei: “Ik ben de uitverkorene.”
In zijn naam zouden ze kunnen doden, voor hem zouden ze sterven als het moest.
Maar één van hen had zijn geloof verloren. Hij bleef achter en ging terug de berg op. Voordat hij de top bereikte struikelde hij, viel en rolde de helling af en kwam terecht in een ijswoestijn.
Hij stond op en huiverde. Maar het volk dat woonde op dit bevroren water was banger. Het was een simpel volk, dus het was niet gek dat ze riepen: “Dit is hij, Gods uitverkorene, gekomen om ons van onze onderdrukkers te bevrijden. We zullen als koningen regeren!”
Hij dacht: “Als dit is wat jullie van me willen, dan zal ik het spel meespelen, totdat ik de weg terug naar huis gevonden heb.”
Hij riep: “Volg mij, ik zal jullie kracht geven en moed om alle gevechten te winnen!”
Maar onderwijl dacht hij: “Dit kan zo niet doorgaan. Dit is precies waarvoor ik vluchtte.”
Hij ging naar een vallei en sprak met het water en daarna met de wijnstok.
Hij overlegde met zichzelf: “Ze laten me geen keus. Ik moet hen wel leiden naar glorie, maar waarschijnlijk nog eerder tot in de dood.”
En zo trok hij met hen over de ijsvlakte, tot de rand en verder de bergen in. Hij bleef het volk aanzetten tot haast.
Toen, op een verre helling, zag hij één van hen die achter bleef, zonder hoop. Hij dacht dat hij hem herkende aan de manier van lopen, de manier waarop hij struikelde, viel en weer opstond en leek op te lossen in de lucht.

zondag 25 mei 2008

gemist

Radio Maria (AM 675), die door-en-door Rooms-Katholieke nieuwe Nederlandse zender, vol met Duitstalige, middelmatige tot ronduit slechte gospelmuziek, zendt ook missen uit.

Voorafgegaan door een vijftien, twintig minuten durend bidden van de rozenkrans (“Wees gegroet Maria, vol van genade…” en dat opnieuw en opnieuw). Bizar, alsof je daarvoor de radio gaat aanzetten.

Recentelijk kondigde het Vaticaan af dat de netstek van de Heilige Stoel ook in het Latijn gesteld gaat worden.

De gemiddelde en zelfs RK mens kent geen Latijn, maar de mis die onderlaatst werd uitgestraald door Radio Maria kon in onverstaanbaarheid wedijveren met de klassieke taal.

Een priester uit India (!) celebreerde. En deed dat in het Nederlands. Maar omdat hij waarschijnlijk is gezakt voor z’n inburgeringcursus, was het onduidelijk wat hij precies zei. Zo af en toe ving je een Nederlands woord op en je weet zo ongeveer de tekst van een doorsnee mis, anders had hij net zo goed (slecht) de voorpagina van het Katholiek Nieuwsblad kunnen voorlezen.

Ik beklaag mijn Roomse zusters en broeders, die vanwege het priestertekort worden blootgesteld aan importpriesters uit alle hoeken en gaten van de wereld. Zo’n man zal toch voor een pastoraal gesprek bij je ziekbed verschijnen. Dat wordt moeilijk praten, als je om het andere woord, moet vragen ‘Pardon, u zei…?’.

En dat allemaal omdat het ‘leken’ verboden is de mis op te dragen. Terwijl dat gedaan kan worden door een ieder die kan lezen, want het staat allemaal op papier. Maar dan moet je dus wel iemand hebben die verstaanbaar Nederlands spreekt.

Ik luister ’s avonds in bed nog steeds naar Radio Maria, want ondanks de kreupele zang en overvrome teksten gaat er een rust en onschuldigheid van uit dat mijn vredig inslapen bevordert.

Voor de goede orde het uitzendschema, de rest van de tijd vult Radio Maria de tijd met muziek van alle aard en slag.
Dag
Tijd
Programma
Zondag
08:00
Rozenkrans en Lauden

10:15
H.Mis

18:00
Vespers



Maandag
06:45
Rozenkrans en Lauden

17:30
Vespers, daarna de H.Mis



Dinsdag
06:45
Rozenkrans en Lauden

07:30
H.Mis

18:00
Vespers



Woensdag
06.45
Rozenkrans en Lauden

18:00
Vespers

18.45
Rozenkrans

19.15
H.Mis



Donderdag
06:45
Rozenkrans en Lauden

07:30
H. Mis

18:00
Vespes



Vrijdag
06:45
Rozenkrans en Lauden

18.00
Vespers

18:45
Rozenkrans

19:15
H. Mis



Zaterdag
06:45
Rozenkrans en Lauden

07:30
H.Mis

zaterdag 24 mei 2008

gedeclareerd

Ik had het wel gehad, vanavond. Volle werkweek achter de rug (incl. avonden). Voorheen zou ik met een bonbonblok van Cote d’ Or en een stapel stripboeken tot rust gekomen zijn.

Maar ik zag in de gids de aankondiging van National Treasure (hierna NT), een film met Nicolas Cage. Op de Belg (dus zonder reclameblokken van 20 minuten).

Een film vol achtervolgingen, puzzles, geheime boodschappen en meer achtervolgingen. Een bewegend stripboek, kortom.

De scenaristen hadden voor hun verhaal een compendium van de geschiedenis van de Verenigde Staten open laten vallen.

En zo draaide alles om Jefferson’s Declaration of Independence, waarmee in 1776 de koloniën in de "Nieuwe Wereld" zich onafhankelijk verklaarden van Groot-Brittannië (met name George III).

[Jefferson maakte ook nog een Bijbelvertaling (Thomas Jefferson Version, TJV)—zonder Oude Testament overigens, want hij meende dat die geschriften niet behoorden tot het Christelijk geloofsgoed. Nog steeds krijgt elk nieuw lid van het Amerikaans Congres een exemplaar van de TJV op haar/zijn eerste dag—hoezo scheiding van kerk en staat. De TJV speelt verder geen rol in NT].

Het was een lekkere film om bij uit te blazen. En voor mij als tevreden pijproker was het leuk te zien dat een mooi versierde pijpekop een cruciale rol vervulde bij het vinden van de schat.

Morgen toch maar een Clifton of Agent 327 lezen, met een stevige espresso.

woensdag 21 mei 2008

geweckt

Ik heb twee Weck-glazen gekregen. Twee ronde potten van ‘Rundrand-Glas 100’, enigszins taps toelopend, inhoud 0,5 liter, inclusief elastieken.
Vóór de uitvinding van het conservenblik was ‘wecken’ de manier om fruit en groente te bewaren.
Je kookte bijvoorbeeld aardbeien in met suiker en gelatine en zo heet mogelijk deed je dat in de Weckfles. (Het waren glazen, meestal cylindrische potten, maar ze werden Weckflessen genoemd—raadsels van het bestaan). Die Weckflessen had je vooraf gereinigd met soda; ze moesten steriel zijn.
Dus, zo heet mogelijk deed je de ingekookte aardbeien in de potten, je legde het ronde elastiek op de uitgespaarde plek rondom het glas en drukte het glazen deksel erop (had ik al gezegd dat het deksel rond was?). Daarna klemde je het deksel vast met een metalen… tja, klem. Vervolgens zette je de potten weg op een koele plek (de kelder, want koelkasten waren er nog niet).
Door het afkoelen zoog de pot zich vacuüm en was de inhoud veilig voor bederf.
Wilde je ’s-winters aardbeiencompôte, daalde je af in de kelder en haalde de Weckfles tevoorschijn; je trok aan het lipje van het elastiek en met een zuchtje ging het deksel los. En je kon van ‘verse’ aardbeien genieten (of sperziebonen, of kip, of tomatensoep, want je kon alles zo inmaken).
Die Weckflessen waren universeel, de potten waren verschillend van inhoud (dus hoogte), maar met dezelfde diameter—de deksels en elastieken (helastieken, zeiden we als kinderen) pasten altijd.
Ach ja, vroeger… er komt steeds meer van.
(En natuurlijk is er op het interweb een netstek over wecken en blijkt mijn uit het hoofd gegeven beschrijving van het proces op cruciale punten onvolledig en dus onjuist. Lees het zelf maar, ik heb geen zin om dit bericht overnieuw te typen).

dinsdag 20 mei 2008

verlengend

Hoeveel langer en stijver willen ze mijn penis eigenlijk hebben?
Nog elke week krijg ik ongewenste email met aanbiedingen om mijn (niet voorhanden) vrouw/vriendin/maîtresse geheel te bevredigen met een door pillen verlengd en langdurig opgestijfd geslachtsorgaan.
Ik gooi die meeltjes meteen weg, maar niet voordat ik de onzinteksten waarin de offertes verstopt zijn bekeken te hebben. De taal van deze rondzendbrieven is pure poëzie. De laatste regels van dit voorbeeld, bijvoorbeeld, zijn een kernachtige samenvatting van onze omgang met de natuur.
And half-starved foxes shake and paw
a rabbit carcass in its stiffened fur,
when Arctic winds crack down from Canada
billows the fog, cloaks
A salamander scuttles across the quiet
sphinx of questioning substance,
or a sort of observation lying on the ground,
form sought for centuries
ahead in the dusk
Across the heavens’ gray
trampled snow is the only rose.
in the dread circle hemmed by glaciers
Wheel tracks entrench themselves,
as if painted
in a world created by white consciousness,
They tear apart the mist, as through
empty streets
Cascading snowflakes settle in the pines,
will be penciled on the coffee shop menus