En dit is ook daar (Roombeek, Enschedé).
donderdag 3 september 2009
woensdag 2 september 2009
kiekje
maandag 31 augustus 2009
belemmerd
Een verklaring, geen excuus.
Het is niet dat ik niet wilde, maar door voor een leek ondoorgrondelijke redenen kon ik niet de electronische snelweg op gedurende een week.
Ik kon geen emeel binnenhalen of versturen en al helemaal niet internetten. Dus dit blog was de laatste tijd nog minder actueel dan anders.
Inmiddels heeft een pief van Tomaatnet.nl een palletje overgehaald en wat bits & bytes verschikt en kan ik weer iets kwijt op het wereldwijdeweb.
Lastig hoor, onbereikbaar zijn via email. Ik leefde de afgelopen dagen voortdurend met de angstige gedachte iets te missen. Regelmatig belde ik met zakelijke partners of ze iets hadden gemaild of dat ik op iets moest reageren.
In dezelfde week dat mijn internetverbinding niet verbond, had ik last van een branderige pijn in mijn linkerbeen vanaf de lies tot aan de voet. Die doorgaans bijna eng smalle voet, was ook opgezwollen tot 2x de normale omvang. De inval-huisarts van dienst kwam met de diagnose ‘tromboflebitis’ oftewel ‘acute flebotrombose’.
Ik verzin het niet; het is ook geen door de farma-industrie bedachte aandoening met het oogmerk zalfjes of poedertjes te slijten. Het heeft te maken met een vuiltje in een ader, waardoor de bloeddoorstroming is belemmerd.
Ik slik nu een bloedverdunner (hoewel de huisarts niet zeker was of het zou helpen) en draag de ‘Comprinet Forte 23’ (23 mmHg op de enkel). Een steunkous dus over het hele been. Zo’n kous wordt in de markt gezet door BSNmedical voor € 39.27.
Als het maar helpt. De kink in de tomaatnetkabel is in elk geval wel verholpen.
Het is niet dat ik niet wilde, maar door voor een leek ondoorgrondelijke redenen kon ik niet de electronische snelweg op gedurende een week.
Ik kon geen emeel binnenhalen of versturen en al helemaal niet internetten. Dus dit blog was de laatste tijd nog minder actueel dan anders.
Inmiddels heeft een pief van Tomaatnet.nl een palletje overgehaald en wat bits & bytes verschikt en kan ik weer iets kwijt op het wereldwijdeweb.
Lastig hoor, onbereikbaar zijn via email. Ik leefde de afgelopen dagen voortdurend met de angstige gedachte iets te missen. Regelmatig belde ik met zakelijke partners of ze iets hadden gemaild of dat ik op iets moest reageren.
In dezelfde week dat mijn internetverbinding niet verbond, had ik last van een branderige pijn in mijn linkerbeen vanaf de lies tot aan de voet. Die doorgaans bijna eng smalle voet, was ook opgezwollen tot 2x de normale omvang. De inval-huisarts van dienst kwam met de diagnose ‘tromboflebitis’ oftewel ‘acute flebotrombose’.
Ik verzin het niet; het is ook geen door de farma-industrie bedachte aandoening met het oogmerk zalfjes of poedertjes te slijten. Het heeft te maken met een vuiltje in een ader, waardoor de bloeddoorstroming is belemmerd.
Ik slik nu een bloedverdunner (hoewel de huisarts niet zeker was of het zou helpen) en draag de ‘Comprinet Forte 23’ (23 mmHg op de enkel). Een steunkous dus over het hele been. Zo’n kous wordt in de markt gezet door BSNmedical voor € 39.27.
Als het maar helpt. De kink in de tomaatnetkabel is in elk geval wel verholpen.
woensdag 5 augustus 2009
tweeling
Ik zag vandaag mijn oudere tweelingbroer.
Hij had een kort, wittig baardje, gemillimeterd geelblond hoofdhaar, kalend, montuurloze bril, 1m80, buikje. Hij droeg een overhemd, wit-met-grijze verticale strepen, korte mouwen en een veelgewassen vaalgroene, te ruime korte broek, model padvinder ten tijde van Baden Powell. Hij had witte benen in bruinlederen sandalen, de voeten in witte sokken. En hij was 60+, terwijl ik over een paar maand aan mijn 50ste levensjaar begin.
Zo zie ik er dus uit in 10 jaar.
Ik schrok van deze aanblik. Een verschijning die bijna vroeg om een maatregel de burka in te voeren. Ik mag dan geen witte sokken in sandalen dragen, soms wel beige of grijze. [Vandaag was ik blootsvoets in lichtbruine sandalen]. Maar in zijn manier van kleden herkende ik een zekere nonchalance over uiterlijk.
Het was een bevestiging van mijn standpunt dat mannen van een zekere leeftijd (25+ is een goede grens) nooit in korte broek aan het openbare leven mogen deelnemen en al helemaal niet in een drukke winkelstraat (denk om de kinderen!).
Het was ook een persoonlijke aansporing om wat meer aandacht aan mijn garderobe te schenken. Kledingaankopen doe ik alleen wanneer een broek (hemd, ondergoed) versleten is. Dan ga ik naar het dichtstbijzijnde kledingmagazijn (niet C&A of Vögele) en ben er niet langer dan noodzakelijk—een half uur is ruim voldoende om te passen, te keuren en af te rekenen.
Ik heb vandaag gezien wat het risico is van een dergelijke wegwerpende manier van kleren kopen. Dan loop je er al snel bij als bovenbeschreven. Als man alleen is er niemand die ‘s-ochtends tegen me zegt: ‘Zou je niet iets anders aantrekken?’ Ik vermoed dan ook dat de tweelingbroer zie boven, alleenstaand is en dat zijn (klein)dochter vanmorgen te laat was om (o)pa iets anders te laten aantrekken.
Hij had een kort, wittig baardje, gemillimeterd geelblond hoofdhaar, kalend, montuurloze bril, 1m80, buikje. Hij droeg een overhemd, wit-met-grijze verticale strepen, korte mouwen en een veelgewassen vaalgroene, te ruime korte broek, model padvinder ten tijde van Baden Powell. Hij had witte benen in bruinlederen sandalen, de voeten in witte sokken. En hij was 60+, terwijl ik over een paar maand aan mijn 50ste levensjaar begin.
Zo zie ik er dus uit in 10 jaar.
Ik schrok van deze aanblik. Een verschijning die bijna vroeg om een maatregel de burka in te voeren. Ik mag dan geen witte sokken in sandalen dragen, soms wel beige of grijze. [Vandaag was ik blootsvoets in lichtbruine sandalen]. Maar in zijn manier van kleden herkende ik een zekere nonchalance over uiterlijk.
Het was een bevestiging van mijn standpunt dat mannen van een zekere leeftijd (25+ is een goede grens) nooit in korte broek aan het openbare leven mogen deelnemen en al helemaal niet in een drukke winkelstraat (denk om de kinderen!).
Het was ook een persoonlijke aansporing om wat meer aandacht aan mijn garderobe te schenken. Kledingaankopen doe ik alleen wanneer een broek (hemd, ondergoed) versleten is. Dan ga ik naar het dichtstbijzijnde kledingmagazijn (niet C&A of Vögele) en ben er niet langer dan noodzakelijk—een half uur is ruim voldoende om te passen, te keuren en af te rekenen.
Ik heb vandaag gezien wat het risico is van een dergelijke wegwerpende manier van kleren kopen. Dan loop je er al snel bij als bovenbeschreven. Als man alleen is er niemand die ‘s-ochtends tegen me zegt: ‘Zou je niet iets anders aantrekken?’ Ik vermoed dan ook dat de tweelingbroer zie boven, alleenstaand is en dat zijn (klein)dochter vanmorgen te laat was om (o)pa iets anders te laten aantrekken.
zaterdag 1 augustus 2009
toekomstmuziek
Laten we het eens over de toekomst hebben.
Het magazine Marie Claire, Nederlandse editie, laat een Politicoloog, een Astroloog en een Milieudeskundige antwoorden op de vraag ‘waar gaat het met de wereld naartoe?.
Ik citeer:
Dat zijn zomaar enkele toekomstvisies, in de Marie Claire, Nederlandse editie, (met ook een interview met de bloedmooie Isabella Rossellini: “Waarom mannen bij mij weglopen”) van januari 1992.
Het magazine Marie Claire, Nederlandse editie, laat een Politicoloog, een Astroloog en een Milieudeskundige antwoorden op de vraag ‘waar gaat het met de wereld naartoe?.
Ik citeer:
“Ik zie twee mogelijke toekomstscenario’s voor de Sovjet-Unie. Een optimistisch scenario waarbij de republieken meer te vertellen krijgen en erin slagen onderling en met het centrale gezag overeenstemming te bereiken. Daardoor zou er een soort vrije federatie van staten ontstaan, die ingepast kan worden in het huidige internationale veiligheidssysteem. Maar er is ook een pessimistisch scenario denkbaar waarbij de republieken het niet eens kunnen worden over de verdeling van de bevoegdheden, de economische rijkdommen en schulden. Daardoor zou er een Joegoslavië-achtige toestand kunnen ontstaan met extreem-nationalistische stromingen.” (de Politicoloog)
“Ik denk wel dat we op belangrijke plekken op de aarde heel drastische verstoringen en veranderingen krijgen, waardoor leven op de manier waarop we dat gewend zijn, moeilijk zal worden. Als je nu al ziet hoe snel de verwoestijning toeneemt, dat hebben we niet op korte termijn teruggedraaid. En de effecten die dat heeft op het micro- en macroklimaat zijn enorm. We moeten niet versteld staan als bepaalde plekken op aarde onleefbaar worden. Maar dat betekent niet dat daarmee de hele mensheid ineens van de aardbol gevaagd zal zijn. […] Er is echt sprake van een groene hyperactiviteit. Als je ziet wat er is aan lezingen, conferenties, studiedagen, bijeenkomsten en onderwijselementen en wat er ondernomen wordt door bedrijven, consumentenorganisaties, in de landbouw, de verkeers- en vervoerssector, in de technologiesfeer. De omvang van al die activiteiten is zo enorm, dat kun je je nauwelijks voorstellen […] Er zijn nu zoveel krachten gemobiliseerd, dat wij in feite bezig zijn onze samenleving op ecologische grondslag te baseren. De verandering is voelbaar in alle kieren en gaten van de samenleving.” (de Milieudeskundige)
“Nederland staat onder het teken Kreeft, het tegenoverliggende teken van Steenbok. Als er een enorm conflict wordt uitgevochten in een teken, dan krijgt het tegenoverliggende teken het ‘droesem’ van dat conflict. Omdat in Steenbok de klappen vallen, zal het conflict zich in Kreeft ontladen. Dat betekent dat Nederland hier erg onder zal lijden. Volgens mij betekent het dat het hele sociale verzekeringsstelsel eraan gaat. Dat grote bedrijven die nu allerlei fusies aangaan in geweldige moeilijkheden komen en dat alleen de netwerken overleven. Het betekent dat het zwarte circuit een geweldig grote invloed gaat krijgen en ook dat er een nieuw proletariaat gaat ontstaan. Ik denk dat er een geweldige herverdeling van de welvaart komt.” (de Astroloog)
Dat zijn zomaar enkele toekomstvisies, in de Marie Claire, Nederlandse editie, (met ook een interview met de bloedmooie Isabella Rossellini: “Waarom mannen bij mij weglopen”) van januari 1992.
dinsdag 21 juli 2009
ongepland
Ik heb al zoveel aan m’n hoofd, er liggen nog vier Groene Amsterdammers, De Schaduw van de Wind volgt me overal, en nu moet ik me ook nog druk maken om mijn “wooncarrière”.
Op pagina 4 van Trouw (20 juli ’09) lees ik over de “Emmer Jaap ten Hoor”, huizenmakelaar, die gegadigden voor zijn te lang in de verkoop staande panden in staat wil stellen een weekendje te komen “proefwonen” in Drenthe.
In het weekend van 25–27 september krijgen 50 aspirerende huiskopers de mogelijkheid zich voor 99 euro onder te dompelen in het dynamische Drentse leven (de vervoeging van Drenthe schrijf je zonder ‘h’—leg dat maar weer uit aan de MTV-Polen op hun cursus Nederlands).
Zij die een huis in de verkoop hebben worden met de 50 uitgenodigd voor een feest in de tuin van een villa die €1,1 miljoen moet opbrengen. En dat er maar vele mooie deals gesloten worden…
Maar die verkopers willen juist weg; zijn dat wel de meest geschikte ambassadeurs voor wonen in Drenthe, vraagt de verslaggeefster slim.
Maar Jaap zegt daarover: “[…] als mensen twintig jaar ergens gewoond hebben en ze zijn toe aan een nieuwe stap in hun wooncarrière, kunnen ze prima de mooie kanten van Drenthe vertolken.”
Wooncarrière.
Het zal wel makelaartaal zijn, maar ik voel me er toe gedwongen er even bij stil te staan.
Ik haat verhuizen. Elke van de acht relocaties die ik wegens studie, werk of anderszins heb moeten doorstaan waren een bezoeking. (Dat heeft iets te maken met vrees voor het onbekende, conservatisme, verrassingsmijding, en waarschijnlijk doodsangst: “Never go anywhere for the first time” mag ik graag citeren).
Ik weet nu hoe dat komt, er zat geen carrièreplanning in mijn wisseling van woonomgeving.
Maar er is het opluchtende besef dat ik als honkvaste huurder geen wooncarrière kan en hoef te maken.
Dat geeft ruimte en rust. Nu nog die Groene Amsterdammers lezen.
Op pagina 4 van Trouw (20 juli ’09) lees ik over de “Emmer Jaap ten Hoor”, huizenmakelaar, die gegadigden voor zijn te lang in de verkoop staande panden in staat wil stellen een weekendje te komen “proefwonen” in Drenthe.
In het weekend van 25–27 september krijgen 50 aspirerende huiskopers de mogelijkheid zich voor 99 euro onder te dompelen in het dynamische Drentse leven (de vervoeging van Drenthe schrijf je zonder ‘h’—leg dat maar weer uit aan de MTV-Polen op hun cursus Nederlands).
Zij die een huis in de verkoop hebben worden met de 50 uitgenodigd voor een feest in de tuin van een villa die €1,1 miljoen moet opbrengen. En dat er maar vele mooie deals gesloten worden…
Maar die verkopers willen juist weg; zijn dat wel de meest geschikte ambassadeurs voor wonen in Drenthe, vraagt de verslaggeefster slim.
Maar Jaap zegt daarover: “[…] als mensen twintig jaar ergens gewoond hebben en ze zijn toe aan een nieuwe stap in hun wooncarrière, kunnen ze prima de mooie kanten van Drenthe vertolken.”
Wooncarrière.
Het zal wel makelaartaal zijn, maar ik voel me er toe gedwongen er even bij stil te staan.
Ik haat verhuizen. Elke van de acht relocaties die ik wegens studie, werk of anderszins heb moeten doorstaan waren een bezoeking. (Dat heeft iets te maken met vrees voor het onbekende, conservatisme, verrassingsmijding, en waarschijnlijk doodsangst: “Never go anywhere for the first time” mag ik graag citeren).
Ik weet nu hoe dat komt, er zat geen carrièreplanning in mijn wisseling van woonomgeving.
Maar er is het opluchtende besef dat ik als honkvaste huurder geen wooncarrière kan en hoef te maken.
Dat geeft ruimte en rust. Nu nog die Groene Amsterdammers lezen.
zondag 12 juli 2009
encyclikisch
33. Über vierzig Jahre nach der Enzyklika Populorum progressio ist ihr Grundthema, eben der Fortschritt, nach wie vor ein noch offenes Problem, das sich durch die augenblickliche Wirtschafts- und Finanzkrise verschärft hat und noch dringender geworden ist. Wenn einige Regionen der Erde, die einst durch die Armut belastet waren, bemerkenswerte Änderungen im Sinn eines wirtschaftlichen Wachstums und einer Beteiligung an der Weltproduktion erfahren haben, so leben andere Zonen noch in einer Situation des Elends, die jener zur Zeit Papst Pauls VI. vergleichbar ist, ja, in einigen Fällen kann man sogar von einer Verschlechterung sprechen. Es ist bezeichnend, daß einige Ursachen dieser Situation bereits in Populorum progressio ausgemacht worden waren, wie zum Beispiel die von den wirtschaftlich entwickelten Ländern festgesetzten hohen Grenzzölle, welche die Produkte aus den armen Ländern immer noch daran hindern, auf die Märkte der reichen Länder zu gelangen. Andere Ursachen hingegen, welche die Enzyklika nur angedeutet hatte, sind in der Folge deutlicher hervorgetreten. Das trifft auf die Bewertung des Entkolonisierungsprozesses zu, der damals in vollem Gange war. Papst Paul VI. wünschte sich einen autonomen Verlauf, der sich in Freiheit und Frieden vollziehen sollte. Nach über vierzig Jahren müssen wir eingestehen, wie schwierig dieser Verlauf gewesen ist, sei es aufgrund neuer Formen von Kolonialismus und Abhängigkeit von alten und neuen Hegemonialländern, sei es durch schwerwiegende Verantwortungslosigkeiten innerhalb der Länder selbst, die sich unabhängig gemacht haben.
Ben ik nog nauwelijks bekomen van zijn Spe Salvi, gooit Ome Ben uit Rome er weer een encycliek tegenaan. Hoewel, het is een herneming en actualisering van Paulus’ VI Populorum progressio uit 1967. In ¼ van Caritas in veritas (“Liefde in waarheid” en omgekeerd) draait Benedictus XVI zich een slag in de rondte om ons te overtuigen van de waarde en actualiteit van het Tweede Vaticaans Concilie, Populorum, en een rijtje encyclici daarna. Kortom, deze nieuwe encycliek staat in een lange traditie en is in feite niets nieuws. Een duidelijke hint naar de Broederschap Pius X, welks leden deze traditie afwijzen en Benedictus XVI maar ketters vinden.
Caritas in veritas heeft weer hele alinea’s om van te smullen. Taaltechnisch dan, want inhoudelijk ben ik nog niet ver gekomen (159 voetnoten!); daarover kan ik niet veel zeggen.
Die hauptsächliche Neuheit war die Explosion der weltweiten wechselseitigen Abhängigkeit, die inzwischen unter der Bezeichnung »Globalisierung« allgemein bekannt ist. Papst Paul VI. hatte sie teilweise vorausgesehen, doch das Ausmaß und die Heftigkeit, mit der sie sich entwickelt hat, sind erstaunlich. In den wirtschaftlich entwickelten Ländern entstanden, hat dieser Prozeß seiner Natur entsprechend eine Einbeziehung sämtlicher Ökonomien verursacht. Er war der Hauptantrieb für das Heraustreten ganzer Regionen aus der Unterentwicklung und stellt an sich eine große Chance dar. Ohne die Führung der Liebe in der Wahrheit kann dieser weltweite Impuls allerdings dazu beitragen, die Gefahr bisher ungekannter Schäden und neuer Spaltungen in der Menschheitsfamilie heraufzubeschwören. Darum stellen uns die Liebe und die Wahrheit vor einen ganz neuen und kreativen Einsatz, der freilich sehr umfangreich und komplex ist. Es geht darum, die Vernunft auszuweiten und sie fähig zu machen, diese eindrucksvollen neuen Dynamiken zu erkennen und auszurichten, indem man sie im Sinn jener »Kultur der Liebe« beseelt, deren Samen Gott in jedes Volk und in jede Kultur gelegt hat.
35. Der Markt ist, wenn gegenseitiges und allgemeines Vertrauen herrscht, die wirtschaftliche Institution, die die Begegnung zwischen den Menschen ermöglicht, welche als Wirtschaftstreibende ihre Beziehungen durch einen Vertrag regeln und die gegeneinander aufrechenbaren Güter und Dienstleistungen austauschen, um ihre Bedürfnisse und Wünsche zu befriedigen. Der Markt unterliegt den Prinzipien der sogenannten ausgleichenden Gerechtigkeit, die die Beziehungen des Gebens und Empfangens zwischen gleichwertigen Subjekten regelt. Aber die Soziallehre der Kirche hat stets die Wichtigkeit der distributiven Gerechtigkeit und der sozialen Gerechtigkeit für die Marktwirtschaft selbst betont, nicht nur weil diese in das Netz eines größeren sozialen und politischen Umfelds eingebunden ist, sondern auch aufgrund des Beziehungsgeflechts, in dem sie abläuft. Denn wenn der Markt nur dem Prinzip der Gleichwertigkeit der getauschten Güter überlassen wird, ist er nicht in der Lage, für den sozialen Zusammenhalt zu sorgen, den er jedoch braucht, um gut zu funktionieren. Ohne solidarische und von gegenseitigem Vertrauen geprägte Handlungsweisen in seinem Inneren kann der Markt die ihm eigene wirtschaftliche Funktion nicht vollkommen erfüllen. Heute ist dieses Vertrauen verlorengegangen, und der Vertrauensverlust ist ein schwerer Verlust.
Abonneren op:
Posts (Atom)
