woensdag 1 oktober 2008

21/9

De dag van 21 september is ongemerkt aan mij voorbij gegaan, afgezien van de afkalvende Wall Street.
En het was nog wel de door de VN ingestelde ‘Internationale Dag van Vrede & Wereldwijd Staakt-het-vuren’ (International Day of Peace and Global Ceasefire): “It is a day when the world can pause to think about ways to make justice and peace the project and the goal of daily life.”
Iets van gemerkt? Ik niet.
Bij mijn weten is er die dag geen geweer niet afgegaan, geen granaat minder geworpen, geen mortier niet afgevuurd, geen mijn minder gelegd.
Waarom hebben we het zo moeilijk om de vrede te bewaren, laat staan te stichten?
Jacobus schreef een brief, die via de Bijbel aan ons is overgeleverd. Hij schrijft o.a.:

1Waar komt al die strijd, waar komen al die conflicten bij u toch uit voort? Is het niet uit de hartstochten die strijd leveren in uw binnenste? 2U verlangt naar iets, maar krijgt het niet. U bent jaloers en moordlustig, maar bereikt uw doel niet. U bekvecht en twist met elkaar. U krijgt niets omdat u niet bidt. 3En als u bidt ontvangt u niets, omdat u verkeerd bidt: u wilt alleen uw eigen hartstochten bevredigen. [Jakobus 4:1–3, NBV]
Violence arises from fear born of deception (Geweld ontstaat uit angst, voortkomend uit misleiding) zegt Dr. Valerie E. Dixon op http://www.justpeacetheory.com.
Daar ga ik eens goed over nadenken.

dinsdag 30 september 2008

fataal

De Psalmen (in de bijbel) zijn gedichten, maar door een levenslange blootstelling eraan (al dan niet in berijmde vorm) vergeet ik dat nog wel eens. Dan is het mooi dat iemand als Anton Korteweg is gaan stoeien met taal n.a.v. Psalm 139:
Goed, wij samen, toch
Onder en boven, je bent om mij heen; ik in je, je
weet van mij alles. Dat je me omringt, nou ja, me
doordringt, alles weet uit hoofde van jij, alla, maar
dat je daar ook nog op uit bent! Geen
plaats van je is er die, wil hij, niet ziet mij, die
niet in zich heeft mij. Ver weg of dichtbij, in
de kraag pak je me; geen kant kan ik op, in
Den Haag niet en nergens — licht is er niets bij.
Niet raak ik me ergens in kwijt en niet
in de tijd: wat ik ook maar van plan ben, waar
en wanneer, je wist het al lang dat ik toen dat en dat; dat
ik knap in elkaar, heb je wel voor gezorgd.
Enfin, gebonden zijn, gekend, in iemand zijn, erg is het, maar
niet is nog erger misschien. En altijd, hoe dan ook: ik denk
aan je, op de gekste momenten, en nooit
niet eens niet. Het moet wel dat ik van je hou, de
pest heb aan wie de pest aan je heeft. Ken
me dan maar, weet wie ik ben en doe maar.
Anton Korteweg — uit: Nieuwe Psalmen – Parmentier 6 (1995), nr. 4.
Via de ondoorgrondelijke weg van dóórklikken en Google-acties op het interweb (en deze foutmelding Fatal error: Maximum execution time of 30 seconds exceeded in C:\SojoNet\blog\godspolitics\wp-includes\post-template.php on line 82) kwam ik deze herschrijving tegen.
Om uit te knippen, te bewaren in de huis-Bijbel of/en van buiten te leren.

maandag 29 september 2008

opbrengst

Ik heb €78,23 opgehaald voor tegen de kanker. Tijdens de collecteweek van 1–6 september ’08 ten bate van KWF|Kankerbestrijding, oftewel het ‘Koningin Wilhelmina Fonds voor de Nederlandse Kankerbestrijding’. Let wel, Nederlandse. Belgische kankerlijers kunnen geen beroep doen op het Koningin Wilhelmina Fonds. Op www.kwfkankerbestrijding.nl is na te zien wat die landelijke deur-aan-deur-inzameling totaal heeft opgebracht. Daar is ook te zien wat die krab nu te maken heeft met kanker.

Ik ben al jaren collecteur voor het KWF, hoewel ze me vorig jaar ineens niet nodig hadden. In 2006 bedelde ik in dezelfde wijk €95,50 bijelkaar, dat is €17 meer dan dit jaar. Het eerste gevolg van de Wall Street crisis.

Een vriend wees me terecht op de minstens paradoxale situatie dat ik als grage pijproker collecteer voor de kankerbestrijding.

Probeer ik daarmee een kosmische balans in mijn voordeel gelijk te zetten? — “Ik vergiftig mijn lijf en leden, maar ik doe een werk van barmhartigheid, dus alstublieft Noodlot, reken mij mijn zonden niet aan”.

Verwacht ik stiekem een voorkeursbehandeling wanneer de longkankercellen zich gaan roeren? Ik kan in dat geval mijn lepeltjes, briefopener, kaarsendover, pennen laten zien, en al die andere parafernalia die ik de afgelopen jaren kreeg als bedankje voor ‘mijn inzet’ (welgeteld één avondje per jaar).

Daar doe ik het niet voor, maar waarom ben ik dan wèl collectant en bijvoorbeeld geen van mijn vrienden? Is het Christelijk altruïsme? Omdat mensen die ik kende en liefhad vroegtijdig aan kanker zijn doodgegaan? Het ‘goede’ van het goede doel? Burgerplicht? Verveling?

NB. Ik had vandaag voortdurend het rare idee dat het dinsdag was, terwijl het toch heus maandag 29 september 2008 is — Alzheimer?

NNBB. De spellingchecker van Word®© suggereert voor Alzheimer: ‘Alchemie’ en dat is die ziekte ook wel een beetje.

zondag 28 september 2008

ontworpen


Nu moet ik van Trouw weer het mooiste Nederlandse design noemen. Wat is dat toch, al die afvalraces en competitie? Op TV en nu dus weer bij Trouw.
Ik moest al het mooiste Nederlandse schilderij opgeven en nu dus het beste designproduct.
Ze vragen me toch ook niet naar de mooiste spijker van Nederland?
Maar goed, hier is mijn suggestie. Het is van dSIGN en het is de grafische huisstijl voor een windmolenpark voor de kust van Noord-Holland. Een proeve van het geheel:

biddend

Hoewel het in ’t leven niet schijnt te gaan om het waarom, maar om het hoe en wat, blijf ik nieuwsgierig naar een sluitend en inspirerend antwoord op de vraag naar het fenomeen ‘god’ in al haar of zijn hoedanigheden.
Vanmorgen in de kerkdienst is weer het nodige afgesmeekt van Hem. En ik vraag me af wat ik en de goegemeente nu eigenlijk verwachten.
Een bliksemschicht? Een donderende stem? Het instorten van de kerktoren? Een gevoel van vrede en rust? Tongentaal (of zoals de NBV vertaalt ‘klanktaal’, wat het er niet duidelijker op maakt)? Een visioen?
De dominee bracht in gebed de financiële perikelen van Wall Street voor God’s troon.
Nu geloof ik dat Hij niet te groot (of te klein) is om Zich te bemoeien met zelfs onze meest basale behoeften, maar wat bezielde de goede man?
Hoopte hij dat alle deskundologen, economisten, financiële experts, beurshandelaren, bankemployés, zich vol schuld en schaamte, handenwringend ter aarde storten en beloven nooit meer het belang van de bank, en hun eigen baan, vóórop te stellen ten koste van het algemeen belang?
Of wil hij dat Hij alle schulden, kredieten en hypotheken naar 0 terugbrengt?
En hij bad als voorspreker voor en namens ons als gemeente.
Of wilde deze voorganger een uitsnede van de actualiteit onder God’s aandacht brengen? Maar God heeft sowieso wel weet van onze zorgen, onze eksterogen, ons verdriet en onze pijntjes.
Of wilde dominee demonstreren dat hij de krant heeft gelezen en NOVA heeft gezien?
Maar dat had hij tijdens de koffie-na-de-dienst genoegzaam kunnen ventileren.
Mijn persoonlijk bidden is inmiddels gereduceerd tot wat gestamelde dankzegging en voorts stilte (wat nog niet meevalt, want hoe leg ik mijn gedachtenstroom het zwijgen op?).
Ik neem aan dat God daar meer behoefte aan heeft, dan de zoveelste klaagzang.
Maar wie ben ik (en wie is God)?

vrijdag 26 september 2008

ongesponsord

[Waarschuwing: ordinaire reclame!]

Ik heb er al één. Anders zou ik het wel weten.

Dyson maakt geen stofzuigers, maar zuigmachines.

Ik weet zeker dat Dyson ervo0r gezorgd heeft dat de Nederlandsche huisman aan het zuigen is geslagen.

De apparaten van Dyson zijn mini-fabrieken om mee te zuigen.

Mijn model is van de 2de of 3de generatie, grijs met gele accenten, maar de serie die ze sinds kort voeren is watertandend mooi.

Geheimzinnig zwart met ‘koperen’ accenten; een machine uit het stoomtijdperk, maar dan van de 24ste eeuw. Ofzo. En met een telescoopbuis als een schietgeweer uit Star Wars.

Zou ik mijn ‘oude’ en nog goed werkende exemplaar met bijbetaling kunnen ruilen voor de DC-22 Dyson ‘Motorhead’?

[Ik ben geen buzzer en krijg niets betaald voor deze ordinaire reclame]

dinsdag 23 september 2008

krach

Even in such a time of madness […] a great many man in Wall Street remained quite sane. But they also remained very quiet. The sense of responsibility in the financial community for the community as a whole is not small: it is nearly nil. Perhaps this is inherent—in a community where the primary concern is making money, one of the necessary rules is to live and let live. To speak out against madness may be to ruin those who have succumbed to it. So the wise in Wall Street are nearly always silent. The foolish thus have the field to themselves. None rebukes them.

No one was responsible for the great Wall Street crash. No one engineered the speculation that preceded it. Both were the product of the free choice and decisions of thousands of individuals. The latter were not lead to the slaughter. There were impelled to it by the seminal lunacy which has always seized people who are seized in turn with the notion that they can become very rich. […] There was none who caused it.

The machinery by which Wall Street separates the opportunity to speculate from the unwanted returns and burdens of ownership is ingenious, precise and almost beautiful. Banks supply funds to brokers, brokers to customers, and the collateral goes back to banks in a smooth and all but automatic flow. Margins—the cash which the speculator must supply in addition to the securities to protect the loan and which he must augment if the value of the collateral securities should fall and so lower the protection they provide—are effortlessly calculated and watched. The interest rate moves quickly and easily to keep the supply of funds adjusted to the demand. Wall Street, however, has never been able to express its pride in these arrangements. They are admirable and even wonderful only in relation to the purpose they serve. The purpose is to accommodate the speculator and facilitate speculation. But the purposes cannot be admitted. If Wall Street confessed this purpose, many thousands of moral men and women would have no choice but to condemn it for nurturing an evil thing and call for reform. Margin trading must be defended not on the grounds that it efficiently and ingeniously assists the speculator, but that is encourages the extra trading which changes a thin and anemic market into a thick and healthy one. Wall Street, in these matters, is like a lovely and accomplished woman who must wear black cotton stockings, heavy woolen underwear, and parade her knowledge as a cook because, unhappily, her supreme accomplishment is as a harlot.

Nee, deze citaten komen niet uit het Financiëel Dagblad van gisteren maar uit The Great Crash, een boek van John Kenneth Galbraith van 1955 over de Krach van 1929.

[Anemic betekent ‘zwak’]